Zwemmen in het Spaarne

Sinds jaar en dag wordt er gezwommen in het Spaarne en aangrenzende wateren.
In deze ‘Corona-zomer’ zullen veel gezinnen thuis vakantie vieren.
Hart voor Haarlem pleit er dan ook voor zwemmen in het Spaarne toe te staan en veiliger te maken in plaats van te verbieden, zoals de gemeente nu doet.
Waarom geen zwemzones afbakenen met ballen en wat meer zwemtrapjes aanbrengen? Kom op College, wordt eens wat creatiever.

Overigens zijn er ook nu al flink wat wateren rond Haarlem waar je wel mag en veilig kunt zwemmen. Kijk hier voor een overzicht.

Stadsbestuur verliest controle

Hart voor Haarlem keurt begroting 2020 af en vraagt Provincie hetzelfde te doen

Het is begin november 2019, en de Gemeenteraad voert weer het jaarlijkse debat over de gemeentebegroting voor het volgende jaar.
Hart voor Haarlem maakt zich net als vorig jaar zorgen over de financiële situatie en het bestuur van de stad.

De gemeente zal dit jaar (2019) €14M verlies maken, en het resultaat zal in 2020, gezien de begroting, waarschijnlijk niet veel beter zijn.
Exploitatieverliezen duiden op een gebrekkige budgetdiscipline en gaan ten koste van de financiële ruimte voor hoognodige investeringen.
Dat is zorgelijk, omdat de gevolgen voor alle Haarlemmers merkbaar zullen zijn in de vorm van slechtere dienstverlening en hogere lasten.  Bovendien blijven de investeringen dan achter bij de plannen.
We zien dit nu al gebeuren. Van de voorgenomen investeringen van €79M wordt in 2019 slechts €50M gerealiseerd. De rest wordt ‘doorgeschoven’ naar volgende jaren. En het College gaat in 2020 €5M ombuigen met als gevolg, inderdaad, slechtere dienstverlening en hogere lasten voor de inwoners.

Volgens Hart voor Haarlem is het College hiermee nog veel te optimistisch, en zou de ombuiging eerder in de richting van de €20-40M moeten gaan.
In dit artikel zullen we uiteen zetten waarom. Het gaat ons hierbij nu even niet om politieke keuzes die met een gegeven budget gemaakt worden, maar om een fundamenteel, politiek neutraal principe: Wordt onze stad wel goed bestuurd?
Hart voor Haarlem vindt van niet en pleit, als vrijwel enige partij in de stad, voor ambities naar draagkracht. Dit in tegenstelling tot de collegepartijen en de meeste (linkse) oppositiepartijen die alles tegelijk willen en het liefst gisteren (maximaal groeien, maximaal sociaal, maximaal duurzaam).

Omdat ons geluid in de huidige gemeenteraad nu nog onvoldoende weerklank vindt, zullen we samen met Liberaal Haarlem en Trots Haarlem de Commissaris van de Koning in Noord-Holland vragen de begroting voor 2020 af te keuren. Wij vinden het onze plicht als toezichthouder om dit signaal af te geven.

Het huishoudboekje van de gemeente is niet zo ingewikkeld

Financieel bestuur van een gemeente is in wezen tamelijk eenvoudig. Er komt jaarlijks een redelijk goed voorspelbare hoeveelheid geld binnen van het Rijk, uit kostendekkende heffingen en leges en uit belastingen, zoals de OZB, parkeer- en toeristenbelasting. Dit bedrag vormt het uitgavenplafond voor dat jaar. Een begroting moet immers, zo stelt het toezichtkader, in evenwicht zijn als hij gemaakt wordt. En in principe ook in evenwicht blijven in het jaar waarop de begroting betrekking heeft.
Valt het mee met inkomsten of uitgaven dan behaalt de gemeente dat jaar een positief resultaat; valt het tegen, en kan hierop niet meer bijgestuurd worden, bijvoorbeeld omdat het jaar al te ver gevorderd is, dan is het resultaat negatief.

Gemeente staat in 2019 op een verlies van €14M

In onderstaande tabel geven we weer hoe het er op het moment voorstaat met het begrotingsevenwicht van de gemeente in 2019. De ‘Initiële Lasten’ zijn de Lasten zoals begroot in de oorspronkelijke begroting voor dit jaar.
De ‘Stand van Zaken’ geeft de huidige situatie weer (in oktober 2019), uitgedrukt in een percentage ten opzichte van de oorspronkelijke begroting.
In de tabel is in rood aangegeven in welke beleidsvelden de overschrijding meer dan 5% bedraagt. Oranje zijn velden met een overschrijding van 1-5%. Groen zijn de beleidsvelden die maximaal 1% hoger, of die gunstiger uitkomen dan begroot.

In de oorspronkelijke begroting voor 2019 werd een totaal aan Lasten begroot van €525,7M. De verwachte Baten waren iets groter, zodat er een positief resultaat van €1,5M resteerde.
In de rapportage aan het einde van het derde kwartaal in 2019 blijkt echter dat het resultaat dit jaar waarschijnlijk uitkomt op €14,2M negatief!
Let wel, dit is ná verrekening van €33M aan hogere Baten die zich in 2019 naar verwachting voordoen, en waarvan door de afdeling Financiën van de gemeente wordt aangenomen dat deze ook uitgegeven worden.

De grootste meevaller zit in 2019 in de ‘Algemene dekkingsmiddelen’ en betreft de meevallende bijdrage van het Rijk aan het Gemeentefonds waaruit Haarlem een groot deel van haar inkomsten krijgt.
Kostenoverschrijdingen vinden we in het sociale domein, waar een grotere vraag uit de bevolking nog als verzachtende omstandigheid kan worden aangevoerd, maar ook in beleidsvelden waar het gemeentelijk apparaat in verregaande mate zelf aan de knoppen zit, zoals in ‘duurzame stedelijke ontwikkeling’, ‘economie, toerisme en cultuur’, ‘dienstverlening’, ‘gemeentelijk bestuur’, en ‘overhead’ zien we aanzienlijke kostenoverschrijdingen.

College is niet ‘in control’

Hart voor Haarlem vindt dit in een tijd van gunstige conjunctuur en extra beschikbare middelen van het Rijk een ongehoorde overschrijding.
Het stadsbestuur, College van Burgemeester en Wethouders, het ambtelijke apparaat, en de toezichthoudende Gemeenteraad, waar de coalitiepartijen deze praktijk elk kwartaal weer sanctioneren, zijn niet ‘in control’, zo vinden wij dan ook.

Begroting voor 2020 zal opnieuw een groot verlies opleveren

De totale Lasten van de gemeente worden aan het einde van het derde kwartaal van 2019 geschat op €574M voor het hele jaar 2019. Dit is €48M hoger dan de oorspronkelijke begroting (!). Dit bedrag geeft het actuele kostenniveau van de gemeente weer. Dit is het bedrag dat de ambtelijke diensten nu nodig menen te hebben om de dienstverlening van de gemeente Haarlem draaiende te houden. Dit bedrag gaat niet zomaar weer omlaag. Sterker nog, door een verwachte inflatie van ca. 1,4% in 2020 zal er in 2020 bij ongewijzigd beleid €582M nodig zijn om dit serviceniveau te handhaven.

Het College begroot echter slechts €564M aan Lasten voor volgend jaar. Het College kan ook niet veel anders, omdat de inkomsten volgend jaar naar verwachting ook €564M zullen bedragen. En de begroting moet immers, althans op papier,  in evenwicht zijn.
En deze inkomsten zijn naar onze mening, gezien het verloop van de afgelopen jaren, reëel te noemen.
Maar is deze €564M aan Lasten ook reëel?
Hart voor Haarlem denkt van niet.

Zoals we zagen zit de gemeente nu op een uitgavenniveau, inclusief de inflatie die in 2020 verwacht wordt, van €582M. Dat is €18M hoger.
De begroting bestaat uit 20 beleidsvelden. In 5 hiervan begroot het College in totaal €6M hogere kosten bovenop de kosten die in deze beleidsvelden in 2019 optreden, vermeerderd met inflatie.
De andere 15 beleidsvelden moeten dan €24M minder kosten maken om op €564M uit te komen.
Van deze €24M vult het College er €4M in, in de vorm van ‘taakstellingen’, oftewel bezuinigingen, in diverse uitgavengebieden, naast €1M aan extra inkomsten door hogere belastingen, maar die zitten al in de Baten voor volgend jaar. Dit is €4M aan verminderde dienstverlening, en €1M aan hogere belastingen.
Daarmee resteert er dus nog een niet benoemde opgave van €20M om de begroting volgend jaar sluitend te houden.
Of, anders geformuleerd, de begroting draagt nu al een risico van een overschrijding in zich ter hoogte van €20M, na een overschrijding in 2019 die naar verwachting op €14M zal uitkomen. Het wordt van kwaad tot erger.

Verliezen gaan ten koste van investeringen

Een belangrijk beleidsdoel van dit College is een ‘duurzaam groeiende stad’ mogelijk te maken. Hiervoor werden extra investeringen beloofd, bovenop het investeringsniveau dat in de vorige collegeperiode amper voldoende was om het onderhoudsniveau van de stad op peil te houden.
Hiervoor mocht de schuld van de stad toenemen. In totaal wilde het College op deze wijze ca. €80M extra investeren.
Ook dit College kan zijn geld echter maar één keer uitgeven. Wat we nu zien gebeuren is dat het College jaarlijks exploitatieverliezen laat ontstaan in de lopende begroting die ten koste gaan van de beloofde investeringen.
In 2019 zien we dit al duidelijk gebeuren. Van een oorspronkelijk investeringsbudget voor 2019 van €79M (ten tijde van de Kadernota in juli j.l. nog verhoogd naar €83M) blijft nu naar verwachting in 2019 nog maar €50M over, niet veel meer dan het ‘onderhoudsniveau’ dat gangbaar was in de vorige periode.
Dit College is dus niet in staat de benodigde en toegezegde kwaliteits- en capaciteitsimpuls aan de stad te leveren, mede omdat dit College de lopende exploitatie uit de hand laat lopen.

Er is ander beleid nodig om de financiën weer op orde te krijgen

Vorig jaar rond deze tijd hebben we onze mening over de begroting voor 2019 weergegeven. Onze stelling was en is dat de gemeente €20M moet vinden in de reguliere begroting om een hoger investeringsniveau (dat wij toejuichen) te kunnen financieren, zonder elk jaar de schuld hiervoor te laten oplopen.
In plaats van deze €20M te zoeken laat het College de begroting echter ontsporen, waardoor de opgave in 2020 geen €20M, maar inmiddels €40M bedraagt. Dit is €20M om de begroting weer in het gareel te krijgen, en nog eens €20M om structurele investeringsruimte te vinden, nodig om de schuld van Haarlem binnen de perken te houden.
Het College komt echter niet verder dan wat willekeurige maatregelen om in 2020 €5M aan extra Baten en minder Lasten bijeen te schrapen. Dit is bij lange na niet voldoende.

Hart voor Haarlem vraagt Provincie begroting af te keuren

Hart voor Haarlem pleit dan ook voor een fundamentele herbezinning op de beleidsdoelen, waarvan we al eerder hebben gesteld dat die niet allemaal tegelijk gerealiseerd kunnen worden.
Haarlem heeft eenvoudigweg niet de financiële slagkracht om én snel te groeien met 10.000 nieuwe woningen en bijkomende voorzieningen, én een bovengemiddeld sociaal beleid te voeren, én de torenhoge ambities op het brede terrein van milieu en duurzaamheid te vervullen, én de energietransitie versneld door te voeren, én mobiliteitsknelpunten op te lossen, én daarbij ook nog eens de normale dienstverlening en het reguliere onderhoud aan de stad op peil te houden.
Het gemeentelijke apparaat kraakt dan ook in zijn voegen en de bestedingen lopen volledig uit de hand.
Wij zullen de Commissaris van de Koning in Noord-Holland, die toezicht houdt op de gemeenten in de provincie, dan ook verzoeken de voorliggende begroting voor 2020 af te keuren en bij het College aan te dringen op een onmiddellijke herijking van doelen en middelen.

Hart voor Haarlem pleit voor reële ambities naar draagkracht

Daarnaast zal Hart voor Haarlem blijven pleiten voor minder groei, voor een adequaat en kwalitatief goed sociaal beleid voor wie het echt nodig heeft, en voor een volgend beleid waar het gaat om de nationale ambities rond duurzaamheid en energie. Verder staan wij op de bres voor ons erfgoed, voor zoveel mogelijk groen binnen de stadsgrenzen en voor een goed onderhouden stad.

 

Koepel – Kans of Risico?

Koepelcomplex Haarlem – foto BN DeStem

Op 4 april 2019 werd er in de commissie Ontwikkeling weer lang gesproken over de herontwikkeling van de voormalige koepelgevangenis in Haarlem.
De Koepel, zoals deze in de wandelgangen bekend staat, wordt zo langzamerhand een heus hoofdpijndossier.
Hart voor Haarlem gelooft inmiddels niet meer dat het goed komt met de huidige plannen, en pleit voor een rigoureuze oplossing: slopen en het hele complex herontwikkelen tot sociaal gemengde, hoogwaardige woningbouw.

Van gevangenis naar multifunctioneel monument

De Koepel behoort met twee identieke koepels in Breda en Arnhem tot een type gevangenis dat rond 1900 gebouwd is en tot 2016 dienst heeft gedaan in zijn oorspronkelijke functie.
De Koepel was eigendom van de Rijksgebouwendienst en is vanwege de onderscheidende architectuur door deze dienst bestempeld als Rijksmonument.
Na het beëindigen van de gevangenisfunctie is de Rijksgebouwendienst samen met de gemeente gaan zoeken naar een alternatieve bestemming. Deze leek in 2017 gevonden te zijn in een plan van sociaal ondernemer ‘Panopticum’ die de gemeente en de toenmalige Gemeenteraad voor zich wist te winnen met een plan om in de Koepel universitair onderwijs te vestigen. Andere plannen zijn toen niet meer onderzocht, en Panopticum verwierf het exclusieve recht het koepelcomplex (Koepel plus omringende grond en opstallen) voor dit doel te kopen.
Panopticum heeft voor dit doel een bouwkundig plan laten ontwerpen, dat tot op heden ongewijzigd is gebleven. Deze herontwikkeling zou binnen het volume van de Koepel zelf tot een verhuurbaar oppervlak van ca. 12.000 m² leiden. De kosten van de verbouwing van het koepelgebouw bedragen volgens de huidige inzichten ca. €21M.
Naast het creëren van verhuurbaar oppervlak is deze investering nodig voor renovatie en achterstallig onderhoud, voor isolatie en voor akoestische maatregelen. Deel van het plan is het uitgraven van een keldercomplex tot 7 m diepte onder de koepelvloer. In deze kelder ontstaat zo plaats voor collegezalen die ook dienst kunnen doen als filmzalen. Multifunctionaliteit is een belangrijk uitgangspunt bij het architectonisch ontwerp geweest.

Geen academisch onderwijs in Koepel

Een openbare, algemeen toegankelijke universiteit was alleen haalbaar geweest in samenwerking met een van de bestaande universiteiten in Nederland. Deze universiteit zou dan de beoogde hoofdhuurder van de Koepel worden, waarmee de business case van Panopticum rond was.
Het is Panopticum echter niet gelukt met een Nederlandse universiteit tot een dergelijke overeenstemming te komen. Einde openbare universiteit.
Vervolgens is Panopticum op zoek gegaan naar andere mogelijke huurders, nog steeds vanuit een missie van ‘sociaal ondernemerschap’. Inmiddels heeft dit geleid tot een groep van mogelijke huurders, waaronder een Duitse particuliere HBO-onderwijsinstelling, een Amsterdams filmtheater, een nieuwe stichting die kantoorruimte en gemeenschappelijke werkruimtes wil gaan verhuren aan (startende) MKB-bedrijven, en een Haarlemse horeca-ondernemer die diverse horecafuncties in het complex wil gaan uitoefenen.

Rol gemeente in koepelproject

De gemeente is op drie manieren betrokken bij dit project.
In de eerste plaats als regelgever en vergunningverlener, zoals bij elk project van een dergelijke omvang. Wat mag wel en wat mag niet in deze ruimte? Wat vindt de buurt daarvan? Hoe zit het met verkeer en parkeren? Voldoen de plannen aan bouwvoorschriften en monumenteneisen? etc. Dit zijn het type vragen waar de gemeente wat van moet vinden.
In de tweede plaats heeft de gemeente, toen het koepelcomplex  aan Panopticum verkocht werd, een terugkooprecht bedongen. Dit recht was met name gericht op een situatie dat Panopticum de ambitie van universitair onderwijs niet waar zou kunnen maken. Dit was immers de reden waarom Panopticum door de gemeente exclusiviteit gegund werd bij het maken van een plan voor herontwikkeling.
In de derde plaats wordt de gemeente geacht een rol te spelen bij de realisatie van particulier onderwijs in de Koepel. Om de Duitse instelling als huurder over de streep te trekken moet de gemeente Haarlem een verplichting aangaan om middels de inzet van personeel (1,5-2 FTE) en geld (€25.000 per jaar) de introductie en opzet van dit onderwijs te ondersteunen. Zonder deze samenwerkingsovereenkomst geen huurcontract. Zonder dit huurcontract geen business case voor Panopticum.

Koepelproject staat onder grote druk

Panopticum staat inmiddels onder grote druk. Er ligt een bouwkundig plan op hoofdlijnen. Er zijn potentiële huurders. Er is op deze basis een sluitende, en volgens financiële experts deugdelijke, business case.
En Panopticum heeft haast. De Koepel moet medio 2021 verbouwd zijn om in studiejaar 2021-2022 studenten te kunnen ontvangen. Ook moet de omringende (studenten)huisvesting dan gereed zijn.
Hiervoor moet het totale detailontwerp gemaakt worden en moeten alle vergunningsprocedures doorlopen worden. Er moeten aanbestedingen gedaan worden om gespecialiseerde aannemers te vinden die al het werk kunnen en willen uitvoeren binnen de beschikbare tijd en het budgettaire kader van €21M. En niet in de laatste plaats moet Panopticum de financiering rond krijgen om het bouwplan uit te kunnen voeren. Een uiterst krappe planning, zelfs als alle procedures vlot doorlopen worden en de financiering rond komt.

Meedoen of terugkopen?

De gemeente staat nu voor de belangrijke keuze mee te gaan in dit plan of de terugkoopoptie nu uit te oefenen. Dit laatste kan voor het symbolisch bedrag van €1, de boekwaarde van de Koepel in zijn huidige staat. Omliggende grond en de meeste opstallen zijn door Panopticum al doorverkocht aan corporaties ELAN en DUWO om hier sociale woningbouw en studentenhuisvesting te realiseren.
Voor de financiering is het noodzakelijk dat de gemeente de terugkoopoptie laat vervallen. Voor de financiering is het ook nodig dat het huurcontract met de Duitse onderwijsinstelling getekend kan worden. Hiervoor is het nodig dat de gemeente met deze instelling de genoemde samenwerkingsovereenkomst aangaat.

Het gaat Hart voor Haarlem niet om de huurders

In de raadsvergadering van 18 april 2019 moet de gemeenteraad deze ingewikkelde beslissing nemen. Daarbij komt het er in essentie op neer of je wel of geen geloof hecht aan de haalbaarheid van het plan.
Deze vraag stelt de gemeenteraad zich, maar zullen ook beoogde beleggers en banken zich stellen voordat zij de €21M leveren die voor de verbouwing nodig is.
De gemeenteraad kan zich op het standpunt stellen dat de rol van de gemeente relatief beperkt is. De samenwerkingsovereenkomst met de Duitse onderwijsinstelling vraagt wat inzet van ambtenaren en middelen, maar dit is te overzien. Het verdere risico ligt volledig bij Panopticum.
Veel partijen maken zich erg druk over de beoogde huurders van de Koepel.
Hart voor Haarlem vindt hier ook wel wat van, maar uiteindelijk gaat de gemeente daar niet over. Zolang de huurders zich houden aan de bestemmingsrichtlijnen is het hun ondernemersrisico om zich in de Koepel te vestigen, of hun activiteiten nu wel of niet concurreren met andere bedrijven en instellingen in Haarlem.
De ondersteuning die de gemeente geeft aan de realisatie van de plannen geeft te denken, andere partijen krijgen deze steun immers niet, maar anderzijds is het ook naïef om te menen dat een dergelijk groot project geheel zonder gemeentelijke ondersteuning van de grond kan komen. Als het lukt zou Haarlem er een interessant multifunctioneel complex voor terugkrijgen.

Hart voor Haarlem beoordeelt koepelproject als zeer risicovol

Het bezwaar van Hart voor Haarlem zit op een fundamenteler niveau.
In feite heeft de gemeente primair te maken met Panopticum in diens rol als projectontwikkelaar van de Koepel. Van sociaal ondernemer is Panopticum steeds meer in deze rol gaan zitten. Panopticum is ontwikkelaar, wil zelf beleggen in de Koepel en zo mede-eigenaar blijven, en wil als verhuurder en beherend vennoot van de Koepel gaan optreden.
Het sociaal ondernemerschap is nog enigszins herkenbaar in het type huurders dat Panopticum bij elkaar gezocht heeft: small business onderwijs, filmcultuur, MKB start-ups, en horeca moeten leiden tot een jonge, hippe en bruisende kruisbestuiving tussen al deze gebruikers.
Het is echter zeer de vraag of banken en beleggers erg onder de indruk zullen zijn van al dit start-up geweld? Het is immers onwaarschijnlijk dat al deze initiatieven vanaf dag 1 succesvol zullen zijn. Huurcontracten zijn één ding, maar huurders die jaren lang voor gegarandeerde huurinkomsten zorgen is toch wat anders. En dat is waar financiers naar op zoek zullen zijn.
Het tweede grote risico is de bouwsom. De Koepel is een meer dan 100 jaar oud monument. Het verbouwen van monumenten is altijd veel risicovoller dan nieuwbouw. Budget- en tijdsoverschrijdingen zijn bij dergelijke projecten eerder regel dan uitzondering. Het uitgraven van een 7m diepe kelder is bijvoorbeeld een zeer gespecialiseerde en risicovolle klus.
De klimaatinstallaties zijn nog buiten de begroting gehouden, omdat wordt aangenomen dat er een partij is die deze op huurbasis wil aanleggen. Wat dit voor de exploitatie betekent is nog onduidelijk. Het zal sowieso een hele toer worden om een gebouw als de Koepel door de seizoenen heen op een gasloze manier van een comfortabel binnenklimaat te voorzien.
Tenslotte heerst er hoogconjunctuur in de bouw. Aannemers zijn kieskeurig in wat zij aannemen, en arbeids- en materiaalkosten stijgen sterk. Er is inmiddels een hoofdaannemer bij het project betrokken, maar deze zal zijn risico’s heus wel afdekken. Met andere woorden, er zit een aanzienlijk risico in zowel de doorlooptijd als de begroting van de verbouwing.
Financiers zullen zich dan de vraag stellen of zij onder deze condities voldoende vertrouwen hebben in dit project.

Voorkom dat Haarlem verder deze fuik in zwemt!

De volgende vragen zijn dan, wat als de financiering niet rond komt, en wat als de financiering wel rond komt en het project ergens halverwege vastloopt omdat het geld op is?
De eerste vraag zal in de loop van dit jaar beantwoord worden, waarbij het niet denkbeeldig is dat financiers aanvullende zekerheden zullen verlangen, en dan naar de overheid in de vorm van de gemeente Haarlem zullen kijken.
Als de financiering wel rond komt en het project halverwege strandt zijn de gevolgen voor de gemeente nog dramatischer. Want welke andere partij is dan nog bereid en in staat het project te redden? Zo wordt de gemeente steeds verder in het project gezogen, met grote financiële risico’s als resultaat. Omdat het College steeds weer een stap zet in de richting van Panopticum, wordt zij praktisch gedwongen ook de volgende stap te zetten, zo lijkt het. Waar houdt dit op?
Wat Hart voor Haarlem betreft houdt dit nu op. Door uitoefening van de terugkoopoptie, Panopticum heeft immers geen academisch onderwijs ‘geleverd’, kan de gemeente de regie over de Koepel terugnemen en met andere partijen aan een realistisch plan voor herontwikkeling van het gebied werken.

Hoogwaardige woningbouw is kansrijk alternatief

Voor Hart voor Haarlem is de Koepel daarbij niet heilig. De Koepel blijft toch vooral wat het ooit geweest is, een naargeestige gevangenis. Een verbouwing die het oude karakter vanwege de architectonische waarde hiervan in takt laat, zal hier niets aan veranderen. De Koepel is van buiten en van een afstand indrukwekkend en onderdeel van de Haarlemse skyline. Maar moeten we daarom tot in lengte van jaren een gebouw dat van binnen toch vooral een gevangenis is blijven koesteren?
Alle gebouwen in het gebied afbreken en vervangen door duurzame en gemengde nieuwbouw van woningen, bij voorkeur met een vergelijkbaar ‘iconisch’ ontwerp als de Koepel, levert veel meer waarde voor de stad, bij een veel lager risico voor de gemeente.
Jammer voor huurders die wel wat zagen in de Koepel, maar daarvoor zijn vast nog wel andere huisvestingsopties in Haarlem te vinden. Zo staan er in Schalkwijk al jaren hele ritsen kantoorgebouwen leeg!

Autoluw Gaat Te Ver

Collegeplan Autoluwe Binnenstad

Het college is van plan een groot deel van de binnenstad van Haarlem, tussen de Grote Markt en de Nieuwe Gracht, autoluw te maken.
Hart voor Haarlem vindt dat deze plannen ondoordacht zijn en te ver gaan, en stemt daarom tegen dit plan.

In de praktijk betekenen deze plannen dat toegangswegen tot het gebied worden afgesloten met paaltjes, en dat bewoners en bedrijven alleen nog op bepaalde tijden toegang krijgen tot hun wijk.

Auto’s zullen in de regel niet meer in de wijk geparkeerd kunnen worden. Er vervallen 129 parkeerplaatsen, en bewoners moeten een parkeerplek in één van de parkeergarages huren. De parkeerkosten voor bewoners zullen hierdoor met honderden euro’s per jaar stijgen.

Voor een aanzienlijk aantal bewoners, vooral ouderen en jonge gezinnen met kinderen, betekent dit, los van de kosten, een achteruitgang van hun woon- en leefsituatie. Ook (horeca-)ondernemers hebben problemen met deze plannen. Velen hiervan zijn afhankelijk van vervoer per auto, op alle uren van de dag. Het ontvangen van bezoek of leveranties van bestellingen, zowel zakelijk als privé, wordt moeilijker.

Desgevraagd blijkt ca. tweederde deel van de bewoners dan ook tegen deze maatregelen te zijn.

Hart voor Haarlem ziet ook wel in dat een stad zonder auto’s mooier, rustiger, gezonder en veiliger is. Maar een radicale verwijdering van auto’s uit het straatbeeld vraagt een ingrijpende verandering van leefstijlen en vervoersmiddelen. Dat is niet met een paar paaltjes geregeld. Alles afwegend stemt Hart voor Haarlem dan ook tegen deze maatregel.

Koester Joods Erfgoed

Het koesteren van Joods erfgoed is essentieel voor het voortleven van de herinnering. Herinnering aan de Joodse gemeenschap in Haarlem, en herinnering aan de Holocaust, de meest extreme uitwas van discriminatie, antisemitisme en racisme die we in de moderne geschiedenis gezien hebben.

Joods Monument Philip Frankplein Haarlem

Joods Monument Philip Frankplein

Op het Philip Frankplein in Haarlem staat het Joods monument, waarop de namen van 715 Joodse Haarlemmers zijn afgebeeld, aangevuld met de naam van het vernietigingskamp waarnaar zij afgevoerd zijn.
Het Philip Frankplein is een klein, rustig gelegen pleintje achter de Rechtbank Noord-Holland. Het is geen prominent plein in Haarlem, maar wel een plek voor rustige herdenking en overdenking. Het monument zelf is sober maar kwalitatief mooi uitgevoerd en wordt zo te zien goed onderhouden.

Afvalcontainers Philip Frankplein Haarlem

Wat echter zeer verbaast is de toevoeging op deze locatie van twee ondergrondse afvalcontainers, omheind met een begroeide afrastering. Voorbijgangers zien vooral deze afvalcontainers. Vlak voor het monument is een perkje aangelegd, waarin twee boompjes zijn geplaatst. Ook dit ontneemt het zicht op het monument zelf. Het lijkt wel of Haarlem zich schaamt voor het monument en wat het verbeeldt. In de zomer verdwijnt het bijna achter een haag van groen. De afvalcontainers leiden af en verstoren het beeld.
Hart voor Haarlem verbaast zich over dit gebrek aan respect en inlevingsvermogen. Het inzamelen van afval is kennelijk belangrijker dan een open zichtlijn naar het enige Joodse monument in Haarlem.

Voormalig Joods Gemeentebegouw – Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem

Voormalig Gebouw Joodse Gemeente in Haarlem

Het enige gebouw van de vroegere Joodse gemeenschap dat nog bestaat in Haarlem is het voormalige gebouw van de Israëlitische Gemeente aan de Lange Wijngaardstraat 14.
W.A. de Wagt, architectuurhistoricus, heeft in 1997 in opdracht van de gemeente Haarlem een onderzoek naar dit gebouw uitgevoerd. De volgende informatie is aan dit onderzoek ontleend, en aan informatie over de Joodse gemeenschap in Haarlem.

Van gedocumenteerde Joodse vestiging in Haarlem is sprake vanaf 1605, toen de eerste families zich met toestemming van het gemeentebestuur in de stad vestigden. De gemeenschap breidde zich geleidelijk uit tot een omvang van ca. 1800 Joodse inwoners vlak voor de Duitse bezetting in 1940, inclusief 180 mensen die nazi-Duitsland, naar zou blijken vergeefs, ontvlucht waren.
Het einde van de 19e en begin van de 20e eeuw was de bloeitijd van de Joodse gemeente in Haarlem. Industrialisatie en handel ontwikkelden zich in die tijd snel. Doordat in 1875 nieuwe wetten een einde maakten aan allerlei beperkingen die tot dan toe golden voor Joodse Nederlanders om aan het economische leven deel te nemen, konden de Joodse inwoners in Haarlem eindelijk delen in deze economische voorspoed.

De bouw van het Joodse gemeentegebouw in de Lange Wijngaardstraat 14, ingewijd in 1888, was de bekroning van deze ontwikkeling.
Het monumentale gebouw, in neo-classisistische stijl ontworpen door architect D.E.L. van den Arend, had verschillende functies, waaronder school- en vergaderlokalen, een rituele badinrichting, een secretariaat en een conciërgewoning.
De Duitse bezetting maakt aan dit alles een einde. Vanaf 1943 vervult het gebouw nog een tijdelijke rol als synagoge, omdat de eigenlijke synagoge aan de Lange Begijnstraat door toedoen van de bezetter zijn functie verliest.
Gezien het zeer geringe aantal Haarlemse joden dat de oorlog overleeft, kan het gebouw na de oorlog niet voor de Joodse gemeente behouden blijven. In 1951 wordt het verkocht aan de gemeente Haarlem, die er de verkeerspolitie huisvest.
In 1976 vertrekt de politie naar nieuwe huisvesting. Het gebouw staat eerst 2 jaar leeg, en wordt in 1978 gekraakt. Tot op de dag van vandaag wordt het gebouw bewoond door krakers en andere ‘tijdelijke’ huurders. Onderhoud is er de afgelopen 40 jaar niet meer uitgevoerd. Het gebouw verkeert dan ook in deplorabele staat en zal ongetwijfeld op vele punten als onveilig aangemerkt moeten worden. Het kapitale pand staat op deze wijze te verkrotten. Om meerdere redenen een schandvlek voor de gemeente, die nog steeds eigenaar is van het pand.

Linkerentree Lange Wijngaardstraat 14
Kozijn Lange WIjngaardstraat 14
Daklijsten Lange Wijngaardstraat 14

Hart voor Haarlem pleit er dan ook voor aan deze beschamende situatie snel een einde te maken. Dit zou naar onze mening moeten gebeuren middels een ontwikkelplan dat recht doet aan de unieke geschiedenis van dit monumentale gebouw.
Een motie van Hart voor Haarlem met deze strekking is op 8 november 2018 door de gemeenteraad aanvaard. We hopen daarom dat er nu vaart komt in de herontwikkeling en zullen deze uiteraard op de voet volgen.

Begroting Maakt Haarlem Armer

Financiële Analyse Hart voor Haarlem Begroting 2019

Financiële positie Haarlem verslechtert verder

Op maandagavond 5 november werd door de Gemeenteraad in een nog steeds zwaar bewaakt stadhuis de eerste begroting van het nieuwe college besproken. De begroting is een uitwerking van de Kadernota, dus qua beleid weinig nieuws. Wat we van dit beleid vinden hebben we al eerder opgeschreven.
De begroting is vooral een financiële vertaling van dit beleid. Wat gaat het allemaal kosten en wat betekent dit voor de financiële positie van de gemeente? Hierbij wordt zo’n 5 jaar vooruitgekeken (2019-2023), waarbij het volgende jaar (2019) het meest concreet is.
Taaie kost, opgeschreven in ca. 400 pagina’s beleidsproza, incl. bijlagen.
Hart voor Haarlem heeft een financiële analyse gemaakt van de begroting. We hebben deze analyse samengevat in een zgn. infographic, het plaatje bovenaan dit artikel. Dit plaatje maakt in één oogopslag duidelijk hoe Haarlem er financieel voorstaat. Niet al te best is onze conclusie.

Haarlem gaat in 2019 €526M uitgeven en zal naar verwachting €527M aan inkomsten ontvangen. De begroting is dus ‘in evenwicht’. Dat is ook de belangrijkste wettelijke eis die aan de begroting gesteld wordt. Dat lijkt er dus goed uit te zien, maar een begroting op papier kloppend maken is niet zo erg moeilijk.
De gemeente heeft ook een infographic gemaakt met een overzicht van de begroting op hoofdlijnen:

Begroting Gemeente Haarlem 2019

Toename investeringen in toekomst niet gedekt

Maar dit is maar een deel van het verhaal. Tegelijk wil het college namelijk veel meer gaan investeren in de stad, onder andere om de grote groei van het aantal woningen die men voor zich ziet mogelijk te maken. De investeringen lopen daardoor op van ca. €40M per jaar in de afgelopen periode naar ca. €60M per jaar in de periode 2019-2022.
Deze €20M extra heeft de gemeente niet in kas, en houdt de gemeente ook niet elk jaar over. Zoals we net zagen zijn uitgaven en inkomsten in evenwicht, maar dat is gerekend zonder deze extra investering. Eigenlijk komt de gemeente dus elk jaar €20M tekort om dit investeringsplan uit te kunnen voeren.
Het college doet vervolgens wat iedere consument doet die meer wil uitgeven dan hij binnen krijgt: De gemeente gaat naar de bank om geld te lenen. De schuld van de gemeente Haarlem stijgt dan ook de komende 4 jaar met minimaal €80M om deze investeringen te kunnen doen.

Gemeenten mogen schulden maken, en omdat ze als zeer kredietwaardig gezien worden, ‘triple-A’, net als de Nederlandse overheid die uiteindelijk ook garant staat bij een eventueel faillissement, eigenlijk ook onbeperkt.
De kapitaalmarkt zal elke gemeente in Nederland graag van krediet voorzien, tegen een rente die op het moment maar iets hoger is dan de rente die de Nederlandse staat moet betalen. En deze is nu erg laag zoals we allemaal weten. Maar hoelang blijft dit zo?

Schulden zijn geen gratis geld. Geld lenen kost geld nietwaar. Schulden moeten afgelost worden, investeringen moeten afgeschreven worden en rente moet betaald worden. Dat dit geen klein bier is zien we in de begroting. In 2018 moet de gemeente Haarlem binnen de totale uitgaven van €540M een bedrag van €40M reserveren voor rente (€15M) en afschrijvingen (€25M) voor de huidige schuld. Door het investeringsbeleid van het huidige college loopt dit bedrag de komende 4 jaar op naar €50M. In 2022 zal dus ca. 10% van de begroting op gaan aan rente en afschrijvingen op investeringen. Dat wil zeggen, bij de huidige lage rentestand. Elk procentpunt meer rente kost de gemeente ca. €6M extra per jaar.

Nu is Hart voor Haarlem op zich niet tegen de hoogte van de voorgenomen investeringen. Zo goed als we in een mooi huis willen wonen, willen we ook graag in een mooie, levendige, veilige en goed toegankelijke stad wonen.
De €40M die in de afgelopen jaren in de nasleep van de economische crisis beschikbaar was voor investeringen was te weinig om de stad mooi te houden. Daardoor is achterstallig onderhoud ontstaan in de infrastructuur (wegen, pleinen, parkeergarages), in het onderhoud van gemeentelijk vastgoed (denk bv. aan de Egelantier), in beheer van erfgoed en onderhoud van groenvoorzieningen, of in de culturele sector (bv. het Frans Hals museum dat op de huidige wijze niet meer lang door kan gaan).
Bovendien weten we nu al dat er nog grote investeringen op de gemeente af zullen komen voor de energietransitie en voor klimaataanpassingen. Investeringen waar het college nu nog nauwelijks rekening mee heeft gehouden, ondanks alle grote woorden en ambities op dit terrein.
Wij vinden het dan ook een reëel uitgangspunt dat de gemeente in de nabije toekomst een structureel budget van ca. €60M per jaar voor investeringen nodig zal hebben.

Hart voor Haarlem pleit voor een begrotingsoverschot

Een hoger investeringsbedrag zou in ons huishoudboekje betekenen dat er structureel ruimte in de begroting gevonden moet worden om in de hogere financieringsbehoefte die hieruit voortvloeit te voorzien.
Concreet gaat het bij een investeringsbedrag van €60M, in plaats van de €40M waarvan de lasten al in de begroting zitten, dan om €20M per jaar. We hebben het college dan ook met een motie opgeroepen om in de volgende Kadernota (2019) deze ruimte te gaan zoeken. De extra €20M kan zo gefinancierd worden uit de jaarlijkse inkomsten, en niet door onbeperkte verhoging van de schuld.
Als het college deze motie naast zich neerlegt schuift het college deze lasten door naar de toekomst en maakt het de stad door een voortdurend hogere schuld zeer kwetsbaar voor economische tegenslag, zoals we in de jaren 2010-2014 gezien hebben. Wij vinden dit onverantwoordelijk bestuur.

Index woonlasten Haarlem 2018

Woonlasten in Haarlem zijn hoog

Omdat de woonlasten voor de inwoners van Haarlem nu al boven het landelijke gemiddelde liggen (20% hoger voor eenpersoonshuishoudens en 14% hoger voor meerpersoonshuishoudens) zijn we verder van mening dat deze bestedingsruimte niet bij de inwoners van de stad gezocht moet worden. De inwoners van Haarlem zullen de komende jaren namelijk sowieso zelf al met flink hogere kosten geconfronteerd worden voor alle maatregelen die rijk en gemeente voor de inwoners in petto hebben in het kader van energietransitie en duurzaamheid. Denk hierbij b.v. aan aanpassingen aan de woning om zonder gas te kunnen verwarmen, aan de nieuwe energierekening die hier het gevolg van is, en aan de kosten van afvalinzameling.

De ombuiging van €20M, of ca. 4% op de totale begroting, zal dus gevonden moeten worden in de lopende exploitatielasten. Waar en hoe dit kan is een vraag die we in eerste instantie aan het college en hun ca. 1.200 ambtenaren stellen. Richting de volgende Kadernota (mei 2019) zullen wij ook zelf onderzoek doen om hier constructieve ideeën voor aan te dragen.

Coalitie zet in op onrendabele groei

Tenslotte nog een opmerking over wat Hart voor Haarlem ‘onrendabele groei van de stad’ noemt. Het college zet in op maximale groei en op bovengemiddeld sociale groei. Men wil tot 10.000 woningen bij laten bouwen, waarvan 40% in het segment sociale woningbouw, waar gezien de samenstelling van de bevolking, 25% voldoende zou zijn.
Waar dit beleid toe leidt is pijnlijk duidelijk te maken aan het project Spaarne Gasthuis in Schalkwijk. Hier komt een nieuw, kleiner ziekenhuis op het terrein van het bestaande ziekenhuis. Daarnaast blijft er dan flink wat ruimte over voor woningbouw.
Hiervoor was in de vorige periode een plan gemaakt dat leidde tot 350 wooneenheden, waarvan 15% sociaal (ca. 53 woningen) en de rest in het middensegment (koop en huur). Dit was mede mogelijk, zowel ruimtelijk als financieel, door een ondergrondse parkeergarage in het plan op te nemen.
Dit college, onder vurige aanvoering van de PvdA, meende echter dit plan te moeten herzien om de door de coalitie gewenste 40% sociale woningbouw te bereiken. De gevolgen hiervan zijn:
a) De ondergrondse parkeergarage is niet meer financierbaar en vervalt; er moet dus gewoon op straat geparkeerd worden.
b) Het aantal woningen dat daardoor gebouwd kan worden zakt van 350 naar 200, een verlies van 150 wooneenheden voor Haarlem.
c) Het aantal sociale woningen stijgt van 53 naar 80; 27 sociale woningen meer, maar netto 150 woningen minder kan toch moeilijk winst voor de stad genoemd worden.
d) Het gehele project zal ongetwijfeld soberder en architectonisch minder aantrekkelijk worden uitgevoerd.
e) Inmiddels ligt er een gezamenlijke brief van de 4 wijkraden van Schalkwijk dat het laatste wat Schalkwijk nodig heeft, meer sociale woningbouw is. Dit percentage is namelijk al zeer hoog, tot wel 70% in sommige wijken.
Schalkwijk heeft, juist vanwege het diversiteitsargument waar de PvdA zich op beroept, behoefte aan een meer draagkrachtige bevolking. Zo zullen de grote investeringen die nu in winkelcentrum Schalkwijk gedaan worden alleen gaan renderen als hier ook voldoende koopkrachtige inwoners op af komen.
De PvdA, en met haar dit college, slaat dus op alle fronten de plank volledig mis met dit onzalige plan.

OZB prognose project Spaarne Gasthuis

We hebben tot slot ook eens uitgerekend wat het nieuwe plan de gemeente kost aan OZB-opbrengst. Deze opbrengst is ruim de helft lager per jaar dan in het oorspronkelijke plan!
Dit is nu wat wij bedoelen met onrendabele groei van de stad. Als dit het voorland van Haarlem is bij alle 10.000 woningen die dit college er bij wil proppen dan zal de verarming van de stad in hoog tempo toenemen.
Daarom zegt Hart voor Haarlem dat dit college Haarlem armer maakt. De stad door verdere verdichting met bovenmatig veel sociale woningbouw. En de gemeente door een ongebreidelde toename van de schuld.

Kadernota allesbehalve duurzaam

Het beeld van een blij gezin, trots op de net geplaatste zonnepanelen, is het beeld waarmee de hernieuwde coalitie van GroenLinks, PvdA, D66 en CDA in Haarlem de Kadernota aan de Gemeenteraad en de bevolking presenteert.

Hart voor Haarlem steunt Kadernota niet

Hart voor Haarlem is echter niet zo blij met deze Kadernota. Het nieuwe college heeft het beste voor met iedereen in de stad en daarbuiten, maar daar hangt een zeer fors prijskaartje aan. De schuld van de gemeente zal daardoor de komende jaren, in een economie die nu nog goed draait, snel oplopen naar een kritisch niveau. Financiële tegenvallers, en risico’s zijn er genoeg, of een volgende economische recessie zullen de gemeentefinanciën daarmee direct in grote problemen brengen. Wij vinden dat allesbehalve duurzaam beleid.

Kadernota zet toon voor komende vier jaar

De Kadernota is een belangrijk moment in de begrotingscyclus. In dit document worden de uitgangspunten beschreven waarop de begroting voor de volgende jaren (2019-2022) gebaseerd zal zijn. Deze uitgangspunten betreffen externe factoren die de inkomsten en uitgaven van de gemeente beïnvloeden, zoals rente en inflatie, de economische gang van zaken in het land en in de stad, de te verwachten productie in het sociale domein, ontwikkelingen in de Rijksbijdrage aan het Gemeentefonds en het aandeel van Haarlem in dit fonds. Maar daarnaast bevat de Kadernota ook de uitwerking van de beleidsintenties van het college van burgemeester en wethouders. Vooral de eerste Kadernota van een nieuw college is van belang, omdat dit de eerste concrete uitwerking is van het Collegeakkoord.

Coalitie heeft grote ambities, maar geen geld

De coalitie kiest in haar akkoord voor een forse groei van de stad, door te streven naar maar liefst 10.000 extra woningen. Dat zijn ca. 15% meer woningen en dus ook ca. 15% meer huishoudens en bewoners.
Groei van de stad met 10.000 huishoudens betekent groei van alle voorzieningen die mee moeten groeien, zoals scholen, sportvelden en de dienstverlening door de gemeente.
Bovendien kiest het college voor bovenmatig sociale groei, door 40% sociale woningbouw te eisen bij alle nieuwe projecten in de stad.
In financiële zin is sociale groei echter duurder voor de gemeente dan groei waarbij de lasten vooral worden opgebracht door de huishoudens die erbij komen. Om het eenvoudig te zeggen, rijkere huishoudens in eigen woningen leveren de gemeente geld op, armere huishoudens kosten de gemeente per saldo geld.
Tenslotte kiest het college voor een ‘duurzaamheidsagenda’ (in hun termen) met torenhoge ambities rond de energietransitie (‘Haarlem klimaatneutraal in 2030 en aardgasvrij in 2040’) en rond de afvalinzameling (‘Haarlem 100% circulair in 2040). Voor deze ambities is echter niet of nauwelijks geld gereserveerd binnen de begroting van de gemeente. Dit kan maar één ding betekenen, namelijk dat de kosten van deze transities voor het overgrote deel op het bord van de burger zullen belanden. Volgens de coalitie ‘gaan de woonlasten niet omhoog’, maar ondertussen worden inwoners van de stad opgezadeld met hoge investeringen in hun woning, en hogere lasten voor energie en afvalverwerking.
De coalitie trekt wél extra geld uit voor scholen, sportaccommodaties, renovatie van de stadsbibliotheek, verkeersmaatregelen voor fietsers, bouw van een sociale woonvoorziening DomusPlus, verbetering van museum Dolhuys en het begin van een warmtenet in Meerwijk. Deze plannen leiden tot een extra investeringsagenda van €83M in de jaren 2019-2022, naast de reguliere onderhoudsinvesteringen van ca. €40M per jaar die gewoon doorlopen. Omdat er geen dekking is voor deze extra investeringen in de reguliere inkomsten zal deze extra investering in deze jaren leiden tot een aanzienlijke verhoging van de schuld van Haarlem.

Schuldquote belangrijk voor beleidsvrijheid

Om de houdbaarheid van de schuld van een gemeente te bepalen wordt door de Rijksoverheid en de verzamelde gemeenten de zogenaamde ‘schuldquote’ gehanteerd. Dit is het bedrag van de schuld ten opzichte van de jaarlijkse inkomsten van de stad. In Haarlem is deze in 2017 uitgekomen op 96%: €509M schuld op inkomsten van €533M. Het gemiddelde in Nederland ligt op 60%.
In het onderstaande plaatje is de schuldquote van de gemeente Haarlem weergegeven over de afgelopen 10 jaar:

Bron: Jaarrekeningen gemeente Haarlem 2008-2017

Aan het begin van deze periode was de schuldquote van de gemeente met 93% in 2008 nog goed hanteerbaar. Met €91M aan relatief snel liquideerbare activa in de voorraad grondposities en in aan derden uitgeleende gelden kwam de effectieve schuldquote in dat jaar uit op 74%. Weinig aan de hand zo leek het.
Vanaf 2010 begint de financiële crisis en de grote recessie die daarop volgt echter hard toe te slaan in de gemeentefinanciën. De inkomsten van de gemeente lopen terug, terwijl de lasten in bijvoorbeeld het sociale domein stijgen. De schuldquote loopt dan hard op. Op het dieptepunt in 2013 komt de schuldquote uit op 139%, ruim boven de uiterste grens van 130%. Hierboven is de Provincie gedwongen in te grijpen.

Schuldsanering dankzij meevaller in sociaal domein

De vorige collegeperiode (2014-2018) stond dan ook in het teken van schuldsanering, een belangrijke reden waarom er in deze jaren niet al te veel gebeurde in de stad en op diverse terreinen ‘achterstallig onderhoud’ is ontstaan.
De schuldquote is daarmee gaan dalen, zodat de gemeente in 2017 weer op 96% uitkwam, vergelijkbaar met het begin van deze periode van 10 jaar.
Deze daling is in de afgelopen jaren in belangrijke mate geholpen door onderbesteding in het sociale domein. Het vorige kabinet, Rutte-II van VVD en PvdA, heeft een flink pakket aan taken in het sociale domein van Rijk en Provincie naar de gemeenten verschoven. Hier kregen de gemeenten extra geld voor. Omdat er nog geen ervaring was is de verdeling van deze gelden over de gemeenten redelijk ‘over de duim’ gegaan. Dit heeft voor Haarlem, met een relatief gezonde en zelfredzame bevolking, gunstig uitgepakt. Haarlem kreeg in deze jaren meer geld dan het nodig had. De niet bestede gelden zijn jaar op jaar gereserveerd in het sociale domein. De totale reserves zijn in deze jaren dan ook flink gestegen van €56M in 2013 naar €126M in 2017.
Daarnaast is het ‘tafelzilver’ deels ingezet voor schuldvermindering. Bedroegen voorraden bouwgrond en vorderingen op derden in 2008 samen nog €91M, in 2017 was daar nog maar €58M van over.

Reserves zijn geen geld

De schuld beweegt omgekeerd mee met de reserve. Als de reserve stijgt, daalt de schuld. Omgekeerd zal de schuld toenemen als de reserve daalt. Dit is een belangrijk principe in de gemeentefinanciën. Omdat gemeenten bankieren bij de Bank Nederlandse Gemeenten, houden gemeenten met een schuld vrijwel geen liquiditeit aan. Ze staan eigenlijk, in meerdere of mindere mate, permanent ‘rood’. Reserves en voorzieningen, die aangehouden worden om risico’s of toekomstige verplichtingen af te dekken, worden niet gedekt door geld op de bank. Het aanspreken van reserves en voorzieningen leidt daarom direct tot een evenredige toename van de schuld. De gemeente gaat meer ‘rood’ staan. Het toevoegen aan reserves (uit inkomsten die niet uitgegeven zijn) leidt omgekeerd tot een daling van de schuld.

Coalitie neemt onverantwoord risico

De Provincie bewaakt de schuldquotes van haar gemeenten. Hierbij wordt een bovengrens gehanteerd van 130%. Daarboven wordt een gemeente onder curatele gesteld en moet de gemeente een plan maken om de schuld geforceerd af te bouwen. Dit leidt vaak tot pijnlijke maatregelen en legt bovendien het beleid in de stad grotendeels lam. Deze situatie moet je als stadsbestuurder dus te allen tijde willen voorkomen!
Zo niet ons nieuwe college. Wethouder Snoek van het CDA, die van het goed rentmeesterschap, heeft zijn handtekening gezet onder een akkoord dat de schuldquote de komende jaren opstuwt naar 120%. Je moet het dak repareren als de zon schijnt, zo luidt een goed Nederlands gezegde. Dit college slaat echter nog wat extra gaten in het dak.
Het zal duidelijk zijn dat de marge op deze wijze zeer dun wordt. De kwetsbaarheid van de gemeentefinanciën voor tegenvallers, voor een cyclische teruggang in de economie, of voor een stijging van de rente wordt zo zeer groot.
Of de gemeentefinanciën daarmee op termijn houdbaar, dan wel duurzaam zijn, mag dus sterk betwijfeld worden.
Hart voor Haarlem begrijpt oprecht niet hoe dit kan gebeuren. Burgemeester, gemeentesecretaris, concern controller, en vrijwel de voltallige Gemeenteraad, zij staan erbij en laten toe dat de stad dit risico gaat lopen. Er wordt helaas weinig geleerd van het (recente) verleden.

Hart voor Haarlem maakt andere keuzes

Hart voor Haarlem zou andere keuzes gemaakt hebben. Wij zouden kiezen voor minder groei van de stad en voorzover er groei kan zijn voor rendabele groei van de stad, waarbij onze focus zou liggen op betere voorzieningen voor de bestaande bewoners en het inlopen van achterstallig onderhoud, in plaats van het faciliteren van overloop uit Amsterdam of de rest van Nederland.
Op het gebied van duurzaamheid zou Hart voor Haarlem eerst eens een concreet plan maken in plaats van maar wilde ambities te blijven uiten die op geen enkele wijze onderbouwd zijn, zoals de coalitie doet.
Voor de gemeentefinanciën zouden wij, zeker nu het nog goed gaat, eerder streven naar verdere verlaging van de schuld en de schuldquote, dan voor een sterke verhoging.
Op deze wijze kan de gemeente sparen voor de aanzienlijke investeringen in de energietransitie die onvermijdelijk op de gemeente zelf afkomen, en waarvoor de coalitie, ondanks haar grote woorden, nauwelijks oog heeft.

Aardgasvrij Rudolf Steiner levert geen CO2-winst op

Hoge investeringen leiden tot méér CO2-uitstoot

De gemeente Haarlem gaat €440.071 extra investeren in het Rudolf Steiner College, om een groot deel van deze school de komende 20 jaar aardgasvrij te kunnen verwarmen. Doel is hiermee een bijdrage te leveren aan een klimaatneutraal Haarlem, en aan de CO2-reductie doelstelling van Nederland. Aardgasvrij betekent immers minder CO2, zo is de populaire gedachte.
Hart voor Haarlem heeft echter berekend dat aardgasvrij in dit geval leidt tot CO2-emissies die 4% hoger zijn dan als de komende 20 jaar gewoon met aardgas gestookt zou worden. Dat aardgasvrij ook CO2-vrij is, is helaas een mythe, in naam waarvan grote hoeveelheden gemeenschaps- en particulier geld verspild dreigen te gaan worden.

Rudolf Steiner aardgasvrij

Het Rudolf Steiner College aan de Duitslandlaan en Belgiëlaan in Schalkwijk wordt binnenkort verbouwd en uitgebreid. Omdat de vorige Gemeenteraad op 21 december 2017 besloten heeft dat alle toekomstige nieuwbouw in Haarlem aardgasvrij dient te worden uitgevoerd, wordt deze nieuwbouw aardgasvrij. Op speciaal verzoek van de gemeente zal ook de bestaande bouw aan de Duitslandlaan, die gerenoveerd wordt, in de toekomst aardgasvrij verwarmd worden.
Hart voor Haarlem heeft onderzocht wat dit betekent. Dit is het eerste project waarbij de gemeente Haarlem geconfronteerd wordt met de financiële gevolgen van dit raadsbesluit. De gemeente financiert immers de nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen. Dit eerste project heeft een belangrijke voorbeeldfunctie. Daarom zijn we eens wat dieper gedoken in wat deze investering nu precies oplevert. De resultaten zijn niet bemoedigend.

Aardgasvrij is geen doel op zich –  het doel is (bijna) CO2-vrij

De eerste vraag is waarom we ook alweer aardgasvrij willen bouwen?
De primaire reden hiervoor is niet dat het gas bijna op is, en ook niet dat er in Groningen aardbevingen zijn, maar uitsluitend dat hiermee een (vermeende) bijdrage wordt geleverd aan de reductie van het broeikasgas CO2. Dit in de hoop dat we daarmee de klimaatverandering kunnen afremmen.
Met de bewezen voorraden gas in de wereld kunnen we immers nog vele decennia, en waarschijnlijk zelfs nog honderden jaren vooruit. De winbare voorraden gas nemen zelfs nog elk jaar toe door betere productiemethoden. Gas wordt algemeen gezien als de ‘schoonste’ fossiele brandstof, en onmisbaar in de transitie naar een volledig klimaatneutrale economie.
Nederland is als gasland met diverse pijpleidingen en LNG-terminals goed verbonden met omringende regio’s waar gas gewonnen wordt, en zal de komende decennia dus geen enkel probleem hebben om voldoende gas in te kopen, ook als de productie in Groningen versneld wordt afgebouwd.
Ooit zullen we wellicht van fossiele brandstoffen af gaan, omdat ze daadwerkelijk op raken en er betere en economisch aantrekkelijke alternatieven zijn, maar de huidige haast wordt uitsluitend ingegeven door klimaatzorgen en het Klimaatakkoord van Parijs, dat in 2015 is afgesloten. Verlagen van de CO2-uitstoot met minimaal 80% in 2050 (ten opzichte van referentiejaar 1990) staat hierbij centraal.
Het parlement staat op het punt een Klimaatwet aan te nemen waarmee deze doelstelling voor Nederland zelfs nog wordt aangescherpt tot 95%!
CO2-reductie wordt de komende jaren dus een onvermijdelijke opgave en het hoofddoel waarop maatregelen en projecten gericht moeten zijn.

Het klimaatvraagstuk is urgent, de oplossing kolossaal duur

Voor de duidelijkheid: Hart voor Haarlem onderschrijft de urgentie van het klimaatvraagstuk en ondersteunt de energietransitie. We zijn er alleen alert op dat de grote en deels publieke investeringen die hiermee gemoeid zijn ook daadwerkelijk het verwachte resultaat opleveren. 
De huidige sfeer rond dit thema dat ‘geld geen rol speelt’ zal snel omslaan, zo verwachten wij, als duidelijk wordt hoe hoog de kosten zijn, en de afwenteling van deze kosten op de burgers van dit land in hun rol als consument, huishouden en belastingbetaler op gang komt.
Bij het beoordelen van een investering, zoals nu in het Rudolf Steiner College, zijn onze kernvragen dan ook steeds hoeveel CO2 hier nu daadwerkelijk mee bespaard wordt, en of de (extra) investering in verhouding staat tot deze besparing?

CO2-uitstoot van aardgas

Aardgas is een koolwaterstof. Verbranding van 1 m³  aardgas brengt 1,780 kg CO2 in de atmosfeer [1]. Minder aardgas betekent minder CO2-uitstoot. Dat lijkt eenvoudig. Maar we verbranden dat gas natuurlijk niet voor niets. Gas wordt in huizen en gebouwen ingezet voor verwarming in de wintermaanden, voor warm water en voor koken. Als we dit niet meer met gas doen, zullen we deze functies met een andere energiedrager moeten vervullen. Voor het Rudolf Steiner is men uitgekomen op elektriciteit, ook wel de ‘all-electric’-oplossing genoemd.

CO2-uitstoot van elektriciteit

De CO2-uitstoot als gevolg van elektriciteitsproductie is wat ingewikkelder, omdat stroom op verschillende manieren geproduceerd wordt. In Nederland is dit voornamelijk met kolen, biomassa, gas, kernenergie, wind, en zon.
Om de CO2-uitstoot van een geproduceerde kWh te bepalen wordt er een onderscheid gemaakt tussen de gemiddelde CO2-uitstoot van alle in Nederland geproduceerde kWh’en, en de marginale CO2-uitstoot van een extra geproduceerde (of bespaarde) kWh [2].
Het onderscheid wordt veroorzaakt door hoe de elektriciteitsmarkt werkt. Om op een bepaald moment aan de vraag te kunnen voldoen, worden eerst de qua brandstof goedkoopste productie-installaties aangezet. Naarmate de vraag en de groothandelsprijs toenemen, worden de qua brandstof duurdere installaties bijgeschakeld.
In Nederland wordt dit per 15 minuten geregeld. Vraag en aanbod van elektriciteit moeten namelijk altijd in balans zijn. Dus kun je niet tijdens een periode met een lage vraag met goedkope installaties een voorraad produceren voor een periode met een hogere vraag, zoals met normale producten gebeurt [3].
De goedkoopste installaties zijn op dit moment windparken en zonnepanelen, waarvoor de brandstof immers gratis is. Deze staan dan ook altijd ‘aan’, en leveren wat wind en zon mogelijk maken. De kerncentrale in Borsele, moderne kolencentrales, oudere kolen- en gascentrales, WKK’s in de industrie en tuinbouw, en flexibele centrales, die snel op en af kunnen regelen, completeren het beschikbare productiepark in Nederland, en worden ongeveer in deze volgorde aangezet als de vraag toeneemt en de prijs op de beurs stijgt.
Als je een project uitvoert zoals in het Rudolf Steiner College, waar het vervangen van aardgas door elektrische verwarming een extra elektriciteitsvraag oplevert, zullen hiervoor centrales aan het (duurdere) einde van het productiespectrum harder gaan draaien. De rest draait immers al volop. Dit zijn, zeker in de winter, altijd met fossiele brandstoffen gestookte centrales. Vandaar de toepassing van de uitstoot die bij deze centrales hoort, om te beoordelen wat de CO2-impact van een dergelijk project is [4]. Dit zijn immers de centrales die de extra vraag zullen moeten leveren.
De uitstoot van deze centrales bedraagt 0,67 kg/kWh [5] en zal binnen afzienbare tijd niet gaan veranderen, hoeveel windparken en zonnepanelen we er in Nederland ook bij plaatsen [6].

Cijfers Rudolf Steiner: 4% méér CO2

Nu dan de cijfers voor het project van het Rudolf Steiner College. In onderstaande tabel zijn de belangrijkste cijfers samengevat (bron: gemeente Haarlem).

In deze tabel staan de verbruiken en emissies van zowel de nieuwbouw als het te renoveren schoolgebouw aan de Duitslandlaan.
Voor de Duitslandlaan wordt gekeken naar de bestaande situatie. Daarnaast zijn twee varianten opgenomen. De EPC-basis variant is de variant waarbij de gebouwen voldoen aan het huidige bouwbesluit en de aanvullende normering voor schoolgebouwen (volgens de eisen van ‘Frisse scholen B’). Hierbij wordt gas gebruikt voor verwarmingsdoeleinden. De EPC-aardgasvrij variant 1 is de door de gemeente gekozen variant waarbij de verwarming volledig met luchtwarmtepompen en elektrische naverwarming wordt uitgevoerd.
In de tabel zien we dat de renovatie van het gebouw aan de Duitslandlaan in de EPC-basis variant tot een sterke reductie van de gasvraag zou leiden (van 20.384 m³ naar 5.862 m³).
De stroomvraag verdubbelt in deze modelberekening echter bijna (van 32.656 kWh naar 62.320 kWh). Dit zal vooral veroorzaakt worden door de aanvullende eisen die aan schoolgebouwen gesteld worden ten aanzien van ventilatie en klimaatbeheersing. Per saldo blijft er daardoor een CO2-reductie over van 10% (5.975 kg per jaar).
Dit is een goed voorbeeld van hoe renovatie enerzijds energiebesparing oplevert, maar hoe deze anderzijds grotendeels wordt opgeofferd aan comfortverbetering. Dit zien we vaak in de gebouwde omgeving, waardoor de besparingseffecten in de praktijk nogal eens tegenvallen. De maximale besparing halen we nu eenmaal alleen als het na de verbouwing in de woning of het gebouw nog net zo ‘onaangenaam’ is als voor de verbouwing. Maar dat wil natuurlijk niemand. Het comfort verbetert, maar daarvoor leveren we besparingspotentieel in. De besparings- en CO2-doelen zijn daardoor moeilijker te bereiken.
Als de gebouwen vervolgens aardgasvrij worden gemaakt zien we dat er CO2-besparing optreedt door het wegvallen van gas, maar dat de CO2-emissie van de extra elektriciteitsvraag hoger is dan de besparing op gas. De aardgasvrije variant leidt dan ook tot 4% hogere CO2-emissies dan als met gas gestookt zou worden.

Investering is onrendabel en brengt CO2-doel niet dichterbij

De gekozen aardgasvrije variant voor het Rudolf Steiner (bestaand en nieuwbouw samen), met een sterk verbeterde isolatie, goede ventilatie en met elektrische luchtverwarming, leidt volgens opgave van de gemeente tot meerkosten in de investering van in totaal €591.363. Hiervan wordt naar verwachting in 20 jaar tijd (de technische afschrijftermijn van de installaties) €151.292 terugverdiend door lagere energiekosten ten opzichte van de EPC-basisvariant. De basisvariant heeft bouwkundig en in het gebruik van de schoolgebouwen een vergelijkbaar kwaliteitsniveau, maar behoudt gas als energiedrager voor de warmtevoorziening. Kortom, de investeringskeuze voor aardgasvrij kent financieel een onrendabele top van €440.071, het geld dat in 20 jaar niet wordt terugverdiend [7]. Dit is het bedrag dat de gemeente extra gaat investeren.
Nu mag CO2-reductie wat kosten, maar €440.071 extra investeren om in 20  jaar 147 ton CO2 méér uit te stoten kan toch moeilijk verstandig beleid genoemd worden [8].

Lucht-warmtepompen zonder gas back-up opstellen is risicovol in de winter

Er zijn ook technische en praktische redenen waarom alleen verwarmen met lucht-warmtepompen geen goed idee is [9]. De eerste is dat het rendement sterk afneemt als de buitentemperatuur onder de 5°C duikt. Er moet voor deze situatie heel veel extra capaciteit opgesteld worden, die je de rest van het jaar niet nodig hebt.
De apparaten staan op het dak. Als deze in de winter continu (ook ’s nachts) draaien is geluidsoverlast in de buurt zeer waarschijnlijk. Gebruikelijk is dan ook om deze piekvraag met een gasgestookte ketel op te vangen (de zogenaamde ‘hybride’ oplossing).
Een school gebruikt ook warm water, bijvoorbeeld in de douches van de gymzaal. Als dit met grote elektrische boilers moet is dit zeer inefficiënt, omdat deze vanwege het legionellarisico 24/7 aan moeten blijven staan. Ook hier brengt een gasketel uitkomst.
Tenslotte heeft een school in de scheikunde- en natuurkunde-lokalen gas nodig voor proefjes. Hiervoor kun je natuurlijk met butagasflessen gaan sjouwen, maar dat maakt het niet veiliger en is bovendien duur.

Gemeente verspilt hier gemeenschapsgeld

Hart voor Haarlem is dan ook van mening dat de gemeente Haarlem in dit project niet goed omgaat met publieke middelen, en in strijd handelt met zijn eigen doelstelling om een klimaatneutraal Haarlem te bereiken voor die gebouwen en processen in de stad waar de gemeente regie over voert. Bovendien zadelt zij de school op met hoge exploitatiekosten, en met nieuwe risico’s in het dagelijks gebruik.
Verstandig beleid, op dit moment in de energietransitie, is om bij nieuwbouw en renovatie, daar waar een gasnet beschikbaar is, de woning of het gebouw bouwkundig gereed te maken voor alternatieve verwarmingsmethoden (zeer goed isoleren, lage temperatuur verwarming, ed.), maar de verwarming zelf voorlopig nog gewoon met gas te doen, of tenmiste voor een hybride oplossing te kiezen.
Niet aardgasvrij, maar aardgasarm zou de norm moeten zijn in wijken waar een gasnet beschikbaar is.
In een volgende investeringsronde, over een jaar of 20, als de techniek verder, de kosten lager, en ook de marginale stroom hopelijk schoon is (bijvoorbeeld door afvang van CO2), kan een ‘all-electric’ oplossing of collectieve verwarming met (CO2-arme) wijk- of stadsverwarming dan relatief eenvoudig en kosten-efficiënt worden toegepast.
Dit was voor het Rudolf Steiner College op dit moment de duurzamere én financieel betere keuze geweest.
Hart voor Haarlem zal bij toekomstige projecten dan ook eisen dat naast financiële berekeningen ook nauwkeurige CO2-berekeningen gemaakt worden, zodat de Gemeenteraad een complete afweging kan maken.

NOTEN:
[1]
Bron: Emissiekengetallen elektriciteit, CE Delft, Januari 2015. Als de verliezen en emissies in de totale productieketen van aardgas meegenomen worden moet dit getal volgens CE Delft met 20% verhoogd worden tot 2,136 kg/m3. We gebruiken hier 1,78, omdat we voor elektriciteit ook niet met de totale ketenemissies rekenen.
[2] Als bronnen hebben wij publicaties gebruikt waarin veel van de in Nederland aanwezige kennis op dit gebied samenkomt. Dit is de “Berekening van de CO2-emissies, het primair fossiel energiegebruik en het rendement van elektriciteit in Nederland” van AgentschapNL (nu RVO-NL), CBS, ECN en het Planbureau voor de Leefomgeving, September 2012 voor het model, en de ‘Nationale Energieverkenning 2017’ van dezelfde partijen, waarin op pagina 231 de meest actuele cijfers te vinden zijn voor de marginale en integrale CO2-uitstoot per kWh.
[3] Althans op grote schaal. Batterijen bieden voorlopig geen soelaas voor dit probleem.
[4] Het omgekeerde geldt uiteraard ook. Als je een project doet waarmee je elektriciteit bespaart mag je voor het CO2-effect ook rekenen met de marginale uitstoot per kWh.
[5] Nationale Energieverkenning 2017, ECN et al.
[6] Zonnepanelen op het dak van het Rudolf Steiner plaatsen helpt in dit geval ook niet veel. Om de volledige CO2-uitstoot op jaarbasis te compenseren zijn 3.564 zonnepanelen nodig. Dit is ongeveer de oppervlakte van een voetbalveld. Daarnaast produceren zonnepanelen elektriciteit in de zomermaanden, op momenten dat er vrijwel geen warmtevraag is. Zonnestroom wordt dus vrijwel niet direct gebruikt voor de elektrische verwarming. In de winter blijft het marginale effect van gas of elektriciteit CO2-technisch dus hetzelfde, hoeveel zonnepanelen je ook op het dak schroeft. De investeringsbeslissing om zonnepanelen te installeren moet je dan eigenlijk ook volledig los zien van de beslissing om gas door elektriciteit te vervangen.
[7] Collegebesluit 2018073801 – Rudolf Steiner aardgasvrij.
[8] Dit resultaat is in lijn met andere onderzoeken. Warmtepompen (lucht of bodem) leiden in de praktijk niet of nauwelijks tot CO2-winst ten opzichte van aardgas, terwijl de meerkosten bij lange na niet terugverdiend worden.
[9] Deze argumenten zijn aangevoerd door de school zelf, en door de technische adviseur van de school waarmee Hart voor Haarlem gesproken heeft.

Kritisch op Coalitieakkoord

Hart voor Haarlem geeft hier haar visie op het Onderhandelaarsakkoord 2018 van het nieuwe College van Burgermeester en Wethouders van Haarlem. Dit coalitieakkoord is ambitieus en staat boordevol acties. Hart voor Haarlem twijfelt echter ernstig aan de haalbaarheid en betaalbaarheid van de vele doelstellingen. Kijk hier hoe Louise van Zetten het akkoord beoordeelt in de raadsvergadering van 7 juni 2018.

Op 7 juni 2018 is het nieuwe College in Haarlem geïnstalleerd. Het College bestaat uit dezelfde partijen als in de vorige periode: GroenLinks (2 wethouders), PvdA (1), D66 (1) en CDA (1). Het enige verschil is dat GroenLinks als grootste partij nu 2 wethouders levert, en D66 er één heeft ingeleverd.

College B&W Haarlem 2018-2022

Coalitieakkoord biedt voor-elk-wat-wils

De coalitie heeft een coalitieakkoord geschreven dat besproken is in de Gemeenteraad. Het is een akkoord op hoofdlijnen, dat bol staat van de ambities en acties. Gebrek aan dadendrang kan het nieuwe College dan ook niet verweten worden. Het is een ‘voor-elk-wat-wils’ akkoord, waarbij de coalitie een oprechte poging gedaan heeft een zo breed mogelijke steun in de Raad te verwerven.
Uit de eerste reacties in de Raad van 7 juni mag afgeleid worden dat dit grotendeels gelukt is. Er waren veel vragen over uitwerking, concretisering en financiering, zaken die in vervolgstappen ongetwijfeld aan bod zullen komen. Maar veel partijen konden zich vinden in een agenda die vooral gericht is op groei van de stad, op duurzaamheid en op sociaal beleid.
Hoe kun je hier ook tegen zijn? Maar ‘voor-elk-wat-wils’ betekent dat moeilijke keuzes uit de weg zijn gegaan, en dat wordt aangenomen dat de heersende economische voorspoed in Nederland eeuwig voort zal duren, en alle ambities betaalbaar zal maken.

Hart voor Haarlem deelt dit optimisme van de coalitie niet. Onze fundamentele kritiek is dat de coalitie kiest voor onrendabele groei en de lasten hiervan afschuift op de inwoners van Haarlem, nu en in de toekomst.

In Haarlem zijn kansen voor hoogwaardige groei

In de Woonvisie voor Haarlem, gepubliceerd in november 2016, is gesteld dat Haarlem in 2030 7.500 extra woningen zal tellen. De ‘noodzaak’ voor deze groei van ca. 10% wordt afgeleid uit demografische ontwikkelingen in Nederland.
Nu is het zeker zo dat de bevolking van Nederland nog steeds een beetje groeit, en dat het aantal huishoudens nog wat sneller groeit, doordat huishoudens kleiner worden door het toenemend aantal alleenstaanden dat een zelfstandige woning zoekt.
Maar een stad groeit alleen als er daadwerkelijk meer woningen komen. Haarlem is door zijn ligging, historie en voorzieningen een aantrekkelijke stad om in te wonen. Dit biedt zeker kansen voor groei, en met name ook kansen voor hoogwaardige en financieel rendabele groei. Maar of en hoe de stad groeit is uiteindelijk een doelbewuste en strategische keuze van de Gemeenteraad, geen externe factor die op de stad afkomt, en die de gemeente moet vervullen.

De coalitie kiest voor onrendabele sociale groei

De coalitie kiest echter niet voor hoogwaardige groei maar voor sociale groei. Met groei van het woningbestand kies je ook voor de onvermijdelijke investeringen in aanvullende voorzieningen die groei met zich meebrengt, zoals scholen, sportvoorzieningen, infrastructuur en sociale voorzieningen. Door te kiezen voor bovenmatig sociale groei, middels een eis van 40% sociale woningbouw en een streven om naast de 7.500 tot 2030 nog 2.500 (vooral) sociale woningen extra te bouwen, zal de druk op deze sociale voorzieningen onevenredig toenemen. Tegenover deze sociale groei staan geen netto inkomsten voor de gemeente. Vandaar dat Hart voor Haarlem spreekt van een keuze van de coalitie voor onrendabele groei van de stad. Omdat Haarlem al een ‘arme’ stad is, met een hoge schuldquote, neemt de coalitie hiermee een groot financieel risico.

Focus op ‘sociaal’ zet rem op woningbouw

Tenslotte zullen door de eis ‘40% sociale woningbouw’ (in plaats van 25% zoals in de Woonvisie verwoord is) projecten moeilijker van de grond komen. De leidende partijen in de Raad willen projectontwikkelaars zelfs project voor project uitdagen om maximaal sociaal te bouwen. De eerste ontwikkelaars hebben al aangekondigd hun projecten op te schorten of stil te leggen (zoals in het Spaarne Gasthuis gebied en het Deli terrein aan het Spaarne).
Hart voor Haarlem voorspelt dat er op deze manier van de bouwambities van de coalitie de komende 4 jaar weinig terecht zal komen. Als je wilt groeien en wilt investeren in voorzieningen, kies dan vooral voor duurdere gezinswoningen die aantrekkelijk zijn voor ontwikkelaars. Zo weet je zeker dat deze snel gebouwd worden, en er gebruikers voor de voorzieningen komen die een financiële bijdrage aan de stad gaan leveren. De sociale woningbouw kan hierop meeliften. Andersom gaat het echt niet werken.

Grote duurzame ambities, weinig concrete plannen

Het tweede (of misschien wel eerste) speerpunt in het coalitieakkoord ‘Duurzaam Doen’ is duurzaamheid . Hoewel de coalitie stelt dat alle beleidsterreinen doortrokken zullen zijn van duurzaamheid, is dit misschien wel het minst uitgewerkte beleidsvoornemen in het akkoord. Veel verder dan het herhalen van de eerdere mantra’s ‘Haarlem klimaatneutraal in 2030’, ‘Haarlem aardgasvrij in 2040’, en ‘Haarlem klimaatbestendig in 2050’ komt de coalitie niet. Ook het omarmen van de (17!) ‘Global Goals for Sustainable Development’ van de Verenigde Naties levert hippe teksten op, maar biedt weinig houvast voor de inwoners van Haarlem.
Toch hangen deze ambities als een donkere wolk boven de stad. En dit is geen wolk van CO2 en fijnstof, maar een wolk van onzekerheid over hoe deze doelen gerealiseerd moeten worden en wat het prijskaartje hiervan zal zijn. De coalitie belooft dat de woonlasten niet zullen stijgen, maar dat is een flagrante leugen als de coalitie tegelijkertijd stelt dat deze duurzaamheidsdoelen gerealiseerd moeten worden. De kosten hiervan zullen immers opgebracht moeten worden door de huiseigenaren, bedrijven en maatschappelijke organisaties in de stad. Dit zullen grotendeels onrendabele investeringen zijn die niet terugverdiend worden door lagere energiekosten. De aanzienlijke investering die de gemeente zelf gaat doen in de nieuwbouw en renovatie van het Rudolf Steiner College in Schalkwijk is hier een verontrustend voorbeeld van.

Milieufundamentalisme en haast zijn duur!

Hart voor Haarlem is vóór duurzaamheid, maar heeft met twee aspecten van het coalitieakkoord grote moeite.
Het eerste aspect is het fundamentalistische karakter van de doelstellingen. Het reduceren van milieu-impact verloopt altijd via de zogenaamde Pareto-regel. Dat wil zeggen dat je voor relatief weinig geld meestal een grote stap richting verbetering kunt zetten, maar dat het extreem veel geld kost om de impact volledig ongedaan te maken. Ergens ligt dan een optimum.
‘Aardgasvrij’ is een fundamentalistisch principe: We willen geen aardgas meer (100%). Dit zal echter een onbetaalbare en daarmee onhaalbare wens blijken te zijn. Hart voor Haarlem pleit dan ook voor ‘aardgasarm’: Ga op zoek naar het optimum en vraag je bij iedere investering in bouw- en energietechniek af of deze het ultieme doel van CO2-reductie tegen aanvaardbare kosten dichterbij brengt. Dan zal blijken dat in veel gevallen gas zo gek nog niet is.
Het tweede aspect is de haast die de coalitie aan de dag legt. Nog voordat de Haagse ‘Klimaattafels’ een beleid hebben geformuleerd voor de periode na 2023 kiest de coalitie in Haarlem al voor doelstellingen die 10 jaar vóórlopen op de Haagse doelstellingen, die zijn afgeleid van het Klimaatakkoord dat in 2015 in Parijs is afgesloten. Hart voor Haarlem vraagt zich oprecht af waar dit goed voor is, anders dan voor het ego van de betrokken (GroenLinks) politici. Ook deze irrationele haast dreigt Haarlem en haar bevolking het pad van de onrijpe plannen en onrendabele investeringen op te jagen. Ook hier is het Rudolf Steiner project een voorbeeld van. De coalitie bewijst de stad hier, ondanks haar goede bedoelingen, geen dienst mee.

Coalitie jaagt schuld Haarlem op naar gevaarlijk niveau

Het derde grote punt in het coalitieakkoord dat Hart voor Haarlem afwijst is de schaamteloze verhoging van de schuld van de gemeente. Deze schuld is en was te hoog en is om deze reden door de vorige coalitie, onder leiding van D66, met veel pijn en moeite teruggebracht naar 96% van de gemeentebegroting (ultimo 2016).
Onderstaande figuur geeft de relatieve schuldpositie van de gemeenten in Nederland weer (per eind 2016). 344 gemeenten hadden een schuld. 55 gemeenten hadden geen schuld. De gemiddelde schuld bedroeg 60% van de gemeentebegroting. De schuld van Haarlem zit in de rode zone van 90%-130% van de gemeentebegroting, en inmiddels gelukkig weer aan de onderzijde van deze bandbreedte.

Bron: VNG gemeenterekeningen 2016

De coalitie stelt echter voor de remmen volledig los te gooien en de schuld in een paar jaar tijd op te laten lopen naar 120% van de begroting. Dit is boven in de bandbreedte en daarmee dicht bij het donkerrode niveau waarop de gemeente door de Provincie verplicht zal worden de schuld geforceerd terug te brengen. Een beetje economische tegenwind zal leiden tot een voorspelbare daling van de Rijksbijdrage aan het gemeentefonds, en hogere kosten in het sociale domein. Dit kan de gemeente met een dergelijk hoog schuldniveau in grote problemen brengen.
Hart voor Haarlem vindt dit potverteren volgens klassiek sociaal-democratisch recept. Op korte termijn zullen de Haarlemmers hier misschien weinig van merken, maar de kans dat in volgende periodes weer keihard gesaneerd zal moeten worden en/of de woonlasten verhoogd zullen moeten worden voor schuldsanering is aanzienlijk. En bedenk hierbij dat de woonlasten in Haarlem al tot de hoogste in Nederland behoren! Hart voor Haarlem vindt dit een onverantwoorde hypotheek die doorgeschoven wordt naar de toekomst.

Andere opvallende punten in coalitieakkoord

Andere punten die Hart voor Haarlem opvallen en zorgen baren zijn:

  • Mobiliteit: De coalitie zet maximaal in op de fiets. De auto komt er bekaaid af. Aan de fileproblematiek wordt vrijwel niets gedaan. Baanbrekende openbaar vervoer oplossingen ontbreken.
  • Erfgoed: Aan beheer en onderhoud van de vele historische panden in Haarlem is de afgelopen jaren te weinig gedaan. De verantwoordelijke afdeling van de gemeente wordt door de coalitie uitgebreid, mede op verzoek van Hart voor Haarlem. We zullen de komende periode kritisch volgen of dit tot verbetering leidt.
  • Dienstverlening: De gemeente Haarlem heeft in de stad nu al niet de naam een vlotte en adequate dienstverlener voor ondernemers te zijn. Een recent onderzoek naar de dienstverlening door de gemeente Zandvoort (die sinds 1 januari door Haarlem wordt uitgevoerd!) laat zeer zorgelijke resultaten zien. De score van Zandvoort (Haarlem?) was 3,8 op een schaal van 10. Zandvoort scoorde hiermee veruit als slechtste van de 160 onderzochte gemeenten (Haarlem zelf is niet onderzocht). De gemeente Haarlem wijst hierbij op de recente overgang van Zandvoort en op ‘aanloopproblemen’, maar erg hoopvol is deze score natuurlijk niet. In het coalitieakkoord wordt over de kwaliteit van de gemeentelijke organisatie vrijwel niets opgemerkt. Los van de dienstverlening zullen ook de vele ambitieuze plannen van het nieuwe College een groot beroep doen op de uitvoeringscapaciteit in de gemeentelijke organisatie. Hart voor Haarlem heeft niet de indruk dat de gemeente op dit moment op deze taak berekend is en dat de coalitie dit op haar netvlies heeft.

Hart voor Haarlem zal de coalitie kritisch volgen!

Besturen gaat over visie en strategie, maar gaat misschien nog wel meer over uitvoering en het beheersen van (financiële) risico’s. De coalitie geeft er volgens Hart voor Haarlem geen blijk van deze samenhang te begrijpen. Het akkoord is idealistisch, maar getuigt van een zekere naïviteit. De coalitie geeft geld uit dat er niet is, voor bewoners die er misschien helemaal niet komen. De coalitie formuleert torenhoge ambities op het terrein van duurzaamheid, zonder eerlijk te zijn over de hoogte van de kosten, en over wie voor deze kosten gaan opdraaien. Tot slot heeft de coalitie geen oog voor de mate waarin de ambtelijke organisatie in staat is om al deze plannen uit te voeren.

Het worden 4 interessante jaren. Hart voor Haarlem zal constructief maar kritisch toezicht houden. Daar kun je in ieder geval op rekenen!

Analyse Gemeenteraadsverkiezing 2018

Volkskrant/Collignon

GroenLinks grote winnaar van de verkiezingen in Haarlem…

Nu het stof van de gemeenteraadsverkiezing van 21 maart is neergedaald, en alle definitieve resultaten binnen zijn, is het tijd om eens wat nauwkeuriger naar de uitslagen in Haarlem te kijken.
De hoofdlijnen zijn duidelijk. GroenLinks is de grote winnaar (van 5 naar 9 zetels), D66 de grote verliezer (van 9 naar 5 zetels). De andere landelijke partijen zijn gestabiliseerd (PvdA 6 zetels, VVD 5 zetels, CDA 4 zetels en CU 1 zetel). Uitzondering hierop is de SP die 2 zetels verloren heeft ten opzichte van de uitslag van 2014 (van 4 naar 2 zetels).
Omdat het ‘liberale’ blok VVD/D66 verloren heeft aan het ‘linkse’ blok GroenLinks/PvdA/SP zou je van een ruk(je) naar links kunnen spreken, al doet het verlies van de SP afbreuk aan deze conclusie. De vraag in hoeverre GroenLinks-stemmers voor links of vooral voor groen gestemd hebben, verzwakt deze conclusie verder. Veel D66-stemmers lijken nu immers voor GroenLinks gekozen te hebben. Het ‘liberale’ blok heeft zo 4 zetels verloren, maar het ‘linkse’ blok heeft per saldo slechts 2 zetels gewonnen. Waar zijn de andere 2 zetels dan gebleven? Je raadt het al: die zijn bij de lokale partijen Hart voor Haarlem en Jouw Haarlem terecht gekomen, met elk 1 zetel.

…maar Lokaal is ‘virtueel’ de grootste fractie

In 2014 deden er maar liefst 7 lokale partijen aan de verkiezingen mee. 3 daarvan haalden de kiesdrempel of bemachtigden een restzetel, en veroverden daarmee samen 5 zetels. Dat waren in 2014 de Ouderenpartij (2 zetels), Trots (1 zetel) en de Actiepartij (2 zetels).
In totaal stemden 12.567 mensen in 2014 ‘lokaal’. In 2018 is dit aantal gestegen naar 14.999, wat een stijging is met ruim 19%. Het aandeel lokale stemmen op het totaal aantal stemmen steeg daarmee van 19,6% in 2014 naar 22,2% in 2018.
In 2018 deden er 5 partijen mee die daarmee 7 zetels behaalden, een stijging van 40% in zetelaantal.
Concentratie helpt, zeker omdat de verdeling van de reststemmen, dat zijn alle stemmen die overblijven als de ‘volle zetels’ verdeeld zijn, grotere fracties bevoordeelt.
Dat is een beetje technisch, maar werkt als volgt. Eerst worden alle ‘volle zetels’ bepaald op basis van het aantal stemmen per partij, en op basis van de kiesdrempel. De kiesdrempel is het totaal aantal stemmen (dit jaar 67.687) gedeeld door het aantal zetels in de raad (39). Op deze manier konden 33 zetels direct worden toegewezen. De resterende 6 zetels worden verdeeld volgens een methode die er puur rekenkundig toe leidt, dat grotere fracties bevoordeeld worden. Zo haalt GroenLinks naast de 7 ‘volle’ zetels nog 2 van de 6 restzetels binnen, en komt daarmee op 9 zetels.
Zo kun je ook een berekening maken voor wat de uitkomst geweest zou zijn als de 5 lokale partijen 1 lijst hadden gevormd en zo aan de verkiezingen mee hadden gedaan. In dat geval hadden de lokale partijen met de 14.999 stemmen 8 volle zetels en 1 restzetel behaald, en waren zij met in totaal 9 zetels de grootste fractie in de Haarlemse gemeenteraad geweest! GroenLinks was dan blijven steken op 8 zetels, en de PvdA op 5.
In buurgemeente Heemstede, waar maar 1 lokale lijst meedeed, was dit ook precies de uitkomst.
De conclusie is dan ook dat de groei van lokaal stemmen in Haarlem duidelijk optreedt, en dat alleen onderlinge concurrentie tussen de huidige lokale partijen nu (nog?) verhindert dat het lokale blok de grootste fractie in de raad is.

Samenwerking lokale partijen ligt voor de hand

Als je voor de lokale partijen nog wat dieper in de resultaten per stembureau duikt, blijkt dat er voor elke partij wijken zijn aan te wijzen waar relatief sterk gescoord is. Zo gelden de wijken Zuiderhout en Bos en Vaart als wijken waar Hart voor Haarlem met stemmenpercentages van 11% en 8% relatief veel kiezers heeft. Maar daarna beweegt het percentage vrij snel naar waarden rond het gemiddelde van ca. 4% over de hele stad. Uiteindelijk is 65% van de 78 stembureaus nodig om 80% van de stemmen voor Hart voor Haarlem te behalen. Met andere woorden, de stemmen zijn toch niet heel sterk geconcentreerd in bepaalde delen van de stad. Dit geldt ook voor de andere lokale partijen: een paar duidelijk sterke wijken, uniek voor elke lokale partij, maar verder een brede spreiding in de stad.

Je hoeft geen genie te zijn om uit de manier waarop de (rest)zetels verdeeld worden, en uit de resultaten per stembureau, de conclusie te trekken dat een intensievere samenwerking tussen de lokale partijen strategisch slim is als we de werkelijke kracht van ‘lokaal’ in Haarlem tot uiting willen brengen.
Als lokale partijen hebben wij alle onze eigen historie, signatuur en persoonlijkheid. Dit vormt onze kracht, maar ook onze kwetsbaarheid. De komende jaren zullen uitwijzen of wij samen, hierop voortbouwend, een sterk en stabiel blok kunnen vormen waarmee we het lokale geluid in Haarlem in 2022 nog luider kunnen laten klinken. Hart voor Haarlem gaat ervoor!