Autoluw Gaat Te Ver

Collegeplan Autoluwe Binnenstad

Het college is van plan een groot deel van de binnenstad van Haarlem, tussen de Grote Markt en de Nieuwe Gracht, autoluw te maken.
Hart voor Haarlem vindt dat deze plannen ondoordacht zijn en te ver gaan, en stemt daarom tegen dit plan.

In de praktijk betekenen deze plannen dat toegangswegen tot het gebied worden afgesloten met paaltjes, en dat bewoners en bedrijven alleen nog op bepaalde tijden toegang krijgen tot hun wijk.

Auto’s zullen in de regel niet meer in de wijk geparkeerd kunnen worden. Er vervallen 129 parkeerplaatsen, en bewoners moeten een parkeerplek in één van de parkeergarages huren. De parkeerkosten voor bewoners zullen hierdoor met honderden euro’s per jaar stijgen.

Voor een aanzienlijk aantal bewoners, vooral ouderen en jonge gezinnen met kinderen, betekent dit, los van de kosten, een achteruitgang van hun woon- en leefsituatie. Ook (horeca-)ondernemers hebben problemen met deze plannen. Velen hiervan zijn afhankelijk van vervoer per auto, op alle uren van de dag. Het ontvangen van bezoek of leveranties van bestellingen, zowel zakelijk als privé, wordt moeilijker.

Desgevraagd blijkt ca. tweederde deel van de bewoners dan ook tegen deze maatregelen te zijn.

Hart voor Haarlem ziet ook wel in dat een stad zonder auto’s mooier, rustiger, gezonder en veiliger is. Maar een radicale verwijdering van auto’s uit het straatbeeld vraagt een ingrijpende verandering van leefstijlen en vervoersmiddelen. Dat is niet met een paar paaltjes geregeld. Alles afwegend stemt Hart voor Haarlem dan ook tegen deze maatregel.

Koester Joods Erfgoed

Het koesteren van Joods erfgoed is essentieel voor het voortleven van de herinnering. Herinnering aan de Joodse gemeenschap in Haarlem, en herinnering aan de Holocaust, de meest extreme uitwas van discriminatie, antisemitisme en racisme die we in de moderne geschiedenis gezien hebben.

Joods Monument Philip Frankplein Haarlem

Joods Monument Philip Frankplein

Op het Philip Frankplein in Haarlem staat het Joods monument, waarop de namen van 715 Joodse Haarlemmers zijn afgebeeld, aangevuld met de naam van het vernietigingskamp waarnaar zij afgevoerd zijn.
Het Philip Frankplein is een klein, rustig gelegen pleintje achter de Rechtbank Noord-Holland. Het is geen prominent plein in Haarlem, maar wel een plek voor rustige herdenking en overdenking. Het monument zelf is sober maar kwalitatief mooi uitgevoerd en wordt zo te zien goed onderhouden.

Afvalcontainers Philip Frankplein Haarlem

Wat echter zeer verbaast is de toevoeging op deze locatie van twee ondergrondse afvalcontainers, omheind met een begroeide afrastering. Voorbijgangers zien vooral deze afvalcontainers. Vlak voor het monument is een perkje aangelegd, waarin twee boompjes zijn geplaatst. Ook dit ontneemt het zicht op het monument zelf. Het lijkt wel of Haarlem zich schaamt voor het monument en wat het verbeeldt. In de zomer verdwijnt het bijna achter een haag van groen. De afvalcontainers leiden af en verstoren het beeld.
Hart voor Haarlem verbaast zich over dit gebrek aan respect en inlevingsvermogen. Het inzamelen van afval is kennelijk belangrijker dan een open zichtlijn naar het enige Joodse monument in Haarlem.

Voormalig Joods Gemeentebegouw – Lange Wijngaardstraat 14 Haarlem

Voormalig Gebouw Joodse Gemeente in Haarlem

Het enige gebouw van de vroegere Joodse gemeenschap dat nog bestaat in Haarlem is het voormalige gebouw van de Israëlitische Gemeente aan de Lange Wijngaardstraat 14.
W.A. de Wagt, architectuurhistoricus, heeft in 1997 in opdracht van de gemeente Haarlem een onderzoek naar dit gebouw uitgevoerd. De volgende informatie is aan dit onderzoek ontleend, en aan informatie over de Joodse gemeenschap in Haarlem.

Van gedocumenteerde Joodse vestiging in Haarlem is sprake vanaf 1605, toen de eerste families zich met toestemming van het gemeentebestuur in de stad vestigden. De gemeenschap breidde zich geleidelijk uit tot een omvang van ca. 1800 Joodse inwoners vlak voor de Duitse bezetting in 1940, inclusief 180 mensen die nazi-Duitsland, naar zou blijken vergeefs, ontvlucht waren.
Het einde van de 19e en begin van de 20e eeuw was de bloeitijd van de Joodse gemeente in Haarlem. Industrialisatie en handel ontwikkelden zich in die tijd snel. Doordat in 1875 nieuwe wetten een einde maakten aan allerlei beperkingen die tot dan toe golden voor Joodse Nederlanders om aan het economische leven deel te nemen, konden de Joodse inwoners in Haarlem eindelijk delen in deze economische voorspoed.

De bouw van het Joodse gemeentegebouw in de Lange Wijngaardstraat 14, ingewijd in 1888, was de bekroning van deze ontwikkeling.
Het monumentale gebouw, in neo-classisistische stijl ontworpen door architect D.E.L. van den Arend, had verschillende functies, waaronder school- en vergaderlokalen, een rituele badinrichting, een secretariaat en een conciërgewoning.
De Duitse bezetting maakt aan dit alles een einde. Vanaf 1943 vervult het gebouw nog een tijdelijke rol als synagoge, omdat de eigenlijke synagoge aan de Lange Begijnstraat door toedoen van de bezetter zijn functie verliest.
Gezien het zeer geringe aantal Haarlemse joden dat de oorlog overleeft, kan het gebouw na de oorlog niet voor de Joodse gemeente behouden blijven. In 1951 wordt het verkocht aan de gemeente Haarlem, die er de verkeerspolitie huisvest.
In 1976 vertrekt de politie naar nieuwe huisvesting. Het gebouw staat eerst 2 jaar leeg, en wordt in 1978 gekraakt. Tot op de dag van vandaag wordt het gebouw bewoond door krakers en andere ‘tijdelijke’ huurders. Onderhoud is er de afgelopen 40 jaar niet meer uitgevoerd. Het gebouw verkeert dan ook in deplorabele staat en zal ongetwijfeld op vele punten als onveilig aangemerkt moeten worden. Het kapitale pand staat op deze wijze te verkrotten. Om meerdere redenen een schandvlek voor de gemeente, die nog steeds eigenaar is van het pand.

Linkerentree Lange Wijngaardstraat 14
Kozijn Lange WIjngaardstraat 14
Daklijsten Lange Wijngaardstraat 14

Hart voor Haarlem pleit er dan ook voor aan deze beschamende situatie snel een einde te maken. Dit zou naar onze mening moeten gebeuren middels een ontwikkelplan dat recht doet aan de unieke geschiedenis van dit monumentale gebouw.
Een motie van Hart voor Haarlem met deze strekking is op 8 november 2018 door de gemeenteraad aanvaard. We hopen daarom dat er nu vaart komt in de herontwikkeling en zullen deze uiteraard op de voet volgen.

Begroting Maakt Haarlem Armer

Financiële Analyse Hart voor Haarlem Begroting 2019

Financiële positie Haarlem verslechtert verder

Op maandagavond 5 november werd door de Gemeenteraad in een nog steeds zwaar bewaakt stadhuis de eerste begroting van het nieuwe college besproken. De begroting is een uitwerking van de Kadernota, dus qua beleid weinig nieuws. Wat we van dit beleid vinden hebben we al eerder opgeschreven.
De begroting is vooral een financiële vertaling van dit beleid. Wat gaat het allemaal kosten en wat betekent dit voor de financiële positie van de gemeente? Hierbij wordt zo’n 5 jaar vooruitgekeken (2019-2023), waarbij het volgende jaar (2019) het meest concreet is.
Taaie kost, opgeschreven in ca. 400 pagina’s beleidsproza, incl. bijlagen.
Hart voor Haarlem heeft een financiële analyse gemaakt van de begroting. We hebben deze analyse samengevat in een zgn. infographic, het plaatje bovenaan dit artikel. Dit plaatje maakt in één oogopslag duidelijk hoe Haarlem er financieel voorstaat. Niet al te best is onze conclusie.

Haarlem gaat in 2019 €526M uitgeven en zal naar verwachting €527M aan inkomsten ontvangen. De begroting is dus ‘in evenwicht’. Dat is ook de belangrijkste wettelijke eis die aan de begroting gesteld wordt. Dat lijkt er dus goed uit te zien, maar een begroting op papier kloppend maken is niet zo erg moeilijk.
De gemeente heeft ook een infographic gemaakt met een overzicht van de begroting op hoofdlijnen:

Begroting Gemeente Haarlem 2019

Toename investeringen in toekomst niet gedekt

Maar dit is maar een deel van het verhaal. Tegelijk wil het college namelijk veel meer gaan investeren in de stad, onder andere om de grote groei van het aantal woningen die men voor zich ziet mogelijk te maken. De investeringen lopen daardoor op van ca. €40M per jaar in de afgelopen periode naar ca. €60M per jaar in de periode 2019-2022.
Deze €20M extra heeft de gemeente niet in kas, en houdt de gemeente ook niet elk jaar over. Zoals we net zagen zijn uitgaven en inkomsten in evenwicht, maar dat is gerekend zonder deze extra investering. Eigenlijk komt de gemeente dus elk jaar €20M tekort om dit investeringsplan uit te kunnen voeren.
Het college doet vervolgens wat iedere consument doet die meer wil uitgeven dan hij binnen krijgt: De gemeente gaat naar de bank om geld te lenen. De schuld van de gemeente Haarlem stijgt dan ook de komende 4 jaar met minimaal €80M om deze investeringen te kunnen doen.

Gemeenten mogen schulden maken, en omdat ze als zeer kredietwaardig gezien worden, ‘triple-A’, net als de Nederlandse overheid die uiteindelijk ook garant staat bij een eventueel faillissement, eigenlijk ook onbeperkt.
De kapitaalmarkt zal elke gemeente in Nederland graag van krediet voorzien, tegen een rente die op het moment maar iets hoger is dan de rente die de Nederlandse staat moet betalen. En deze is nu erg laag zoals we allemaal weten. Maar hoelang blijft dit zo?

Schulden zijn geen gratis geld. Geld lenen kost geld nietwaar. Schulden moeten afgelost worden, investeringen moeten afgeschreven worden en rente moet betaald worden. Dat dit geen klein bier is zien we in de begroting. In 2018 moet de gemeente Haarlem binnen de totale uitgaven van €540M een bedrag van €40M reserveren voor rente (€15M) en afschrijvingen (€25M) voor de huidige schuld. Door het investeringsbeleid van het huidige college loopt dit bedrag de komende 4 jaar op naar €50M. In 2022 zal dus ca. 10% van de begroting op gaan aan rente en afschrijvingen op investeringen. Dat wil zeggen, bij de huidige lage rentestand. Elk procentpunt meer rente kost de gemeente ca. €6M extra per jaar.

Nu is Hart voor Haarlem op zich niet tegen de hoogte van de voorgenomen investeringen. Zo goed als we in een mooi huis willen wonen, willen we ook graag in een mooie, levendige, veilige en goed toegankelijke stad wonen.
De €40M die in de afgelopen jaren in de nasleep van de economische crisis beschikbaar was voor investeringen was te weinig om de stad mooi te houden. Daardoor is achterstallig onderhoud ontstaan in de infrastructuur (wegen, pleinen, parkeergarages), in het onderhoud van gemeentelijk vastgoed (denk bv. aan de Egelantier), in beheer van erfgoed en onderhoud van groenvoorzieningen, of in de culturele sector (bv. het Frans Hals museum dat op de huidige wijze niet meer lang door kan gaan).
Bovendien weten we nu al dat er nog grote investeringen op de gemeente af zullen komen voor de energietransitie en voor klimaataanpassingen. Investeringen waar het college nu nog nauwelijks rekening mee heeft gehouden, ondanks alle grote woorden en ambities op dit terrein.
Wij vinden het dan ook een reëel uitgangspunt dat de gemeente in de nabije toekomst een structureel budget van ca. €60M per jaar voor investeringen nodig zal hebben.

Hart voor Haarlem pleit voor een begrotingsoverschot

Een hoger investeringsbedrag zou in ons huishoudboekje betekenen dat er structureel ruimte in de begroting gevonden moet worden om in de hogere financieringsbehoefte die hieruit voortvloeit te voorzien.
Concreet gaat het bij een investeringsbedrag van €60M, in plaats van de €40M waarvan de lasten al in de begroting zitten, dan om €20M per jaar. We hebben het college dan ook met een motie opgeroepen om in de volgende Kadernota (2019) deze ruimte te gaan zoeken. De extra €20M kan zo gefinancierd worden uit de jaarlijkse inkomsten, en niet door onbeperkte verhoging van de schuld.
Als het college deze motie naast zich neerlegt schuift het college deze lasten door naar de toekomst en maakt het de stad door een voortdurend hogere schuld zeer kwetsbaar voor economische tegenslag, zoals we in de jaren 2010-2014 gezien hebben. Wij vinden dit onverantwoordelijk bestuur.

Index woonlasten Haarlem 2018

Woonlasten in Haarlem zijn hoog

Omdat de woonlasten voor de inwoners van Haarlem nu al boven het landelijke gemiddelde liggen (20% hoger voor eenpersoonshuishoudens en 14% hoger voor meerpersoonshuishoudens) zijn we verder van mening dat deze bestedingsruimte niet bij de inwoners van de stad gezocht moet worden. De inwoners van Haarlem zullen de komende jaren namelijk sowieso zelf al met flink hogere kosten geconfronteerd worden voor alle maatregelen die rijk en gemeente voor de inwoners in petto hebben in het kader van energietransitie en duurzaamheid. Denk hierbij b.v. aan aanpassingen aan de woning om zonder gas te kunnen verwarmen, aan de nieuwe energierekening die hier het gevolg van is, en aan de kosten van afvalinzameling.

De ombuiging van €20M, of ca. 4% op de totale begroting, zal dus gevonden moeten worden in de lopende exploitatielasten. Waar en hoe dit kan is een vraag die we in eerste instantie aan het college en hun ca. 1.200 ambtenaren stellen. Richting de volgende Kadernota (mei 2019) zullen wij ook zelf onderzoek doen om hier constructieve ideeën voor aan te dragen.

Coalitie zet in op onrendabele groei

Tenslotte nog een opmerking over wat Hart voor Haarlem ‘onrendabele groei van de stad’ noemt. Het college zet in op maximale groei en op bovengemiddeld sociale groei. Men wil tot 10.000 woningen bij laten bouwen, waarvan 40% in het segment sociale woningbouw, waar gezien de samenstelling van de bevolking, 25% voldoende zou zijn.
Waar dit beleid toe leidt is pijnlijk duidelijk te maken aan het project Spaarne Gasthuis in Schalkwijk. Hier komt een nieuw, kleiner ziekenhuis op het terrein van het bestaande ziekenhuis. Daarnaast blijft er dan flink wat ruimte over voor woningbouw.
Hiervoor was in de vorige periode een plan gemaakt dat leidde tot 350 wooneenheden, waarvan 15% sociaal (ca. 53 woningen) en de rest in het middensegment (koop en huur). Dit was mede mogelijk, zowel ruimtelijk als financieel, door een ondergrondse parkeergarage in het plan op te nemen.
Dit college, onder vurige aanvoering van de PvdA, meende echter dit plan te moeten herzien om de door de coalitie gewenste 40% sociale woningbouw te bereiken. De gevolgen hiervan zijn:
a) De ondergrondse parkeergarage is niet meer financierbaar en vervalt; er moet dus gewoon op straat geparkeerd worden.
b) Het aantal woningen dat daardoor gebouwd kan worden zakt van 350 naar 200, een verlies van 150 wooneenheden voor Haarlem.
c) Het aantal sociale woningen stijgt van 53 naar 80; 27 sociale woningen meer, maar netto 150 woningen minder kan toch moeilijk winst voor de stad genoemd worden.
d) Het gehele project zal ongetwijfeld soberder en architectonisch minder aantrekkelijk worden uitgevoerd.
e) Inmiddels ligt er een gezamenlijke brief van de 4 wijkraden van Schalkwijk dat het laatste wat Schalkwijk nodig heeft, meer sociale woningbouw is. Dit percentage is namelijk al zeer hoog, tot wel 70% in sommige wijken.
Schalkwijk heeft, juist vanwege het diversiteitsargument waar de PvdA zich op beroept, behoefte aan een meer draagkrachtige bevolking. Zo zullen de grote investeringen die nu in winkelcentrum Schalkwijk gedaan worden alleen gaan renderen als hier ook voldoende koopkrachtige inwoners op af komen.
De PvdA, en met haar dit college, slaat dus op alle fronten de plank volledig mis met dit onzalige plan.

OZB prognose project Spaarne Gasthuis

We hebben tot slot ook eens uitgerekend wat het nieuwe plan de gemeente kost aan OZB-opbrengst. Deze opbrengst is ruim de helft lager per jaar dan in het oorspronkelijke plan!
Dit is nu wat wij bedoelen met onrendabele groei van de stad. Als dit het voorland van Haarlem is bij alle 10.000 woningen die dit college er bij wil proppen dan zal de verarming van de stad in hoog tempo toenemen.
Daarom zegt Hart voor Haarlem dat dit college Haarlem armer maakt. De stad door verdere verdichting met bovenmatig veel sociale woningbouw. En de gemeente door een ongebreidelde toename van de schuld.

Kadernota allesbehalve duurzaam

Het beeld van een blij gezin, trots op de net geplaatste zonnepanelen, is het beeld waarmee de hernieuwde coalitie van GroenLinks, PvdA, D66 en CDA in Haarlem de Kadernota aan de Gemeenteraad en de bevolking presenteert.

Hart voor Haarlem steunt Kadernota niet

Hart voor Haarlem is echter niet zo blij met deze Kadernota. Het nieuwe college heeft het beste voor met iedereen in de stad en daarbuiten, maar daar hangt een zeer fors prijskaartje aan. De schuld van de gemeente zal daardoor de komende jaren, in een economie die nu nog goed draait, snel oplopen naar een kritisch niveau. Financiële tegenvallers, en risico’s zijn er genoeg, of een volgende economische recessie zullen de gemeentefinanciën daarmee direct in grote problemen brengen. Wij vinden dat allesbehalve duurzaam beleid.

Kadernota zet toon voor komende vier jaar

De Kadernota is een belangrijk moment in de begrotingscyclus. In dit document worden de uitgangspunten beschreven waarop de begroting voor de volgende jaren (2019-2022) gebaseerd zal zijn. Deze uitgangspunten betreffen externe factoren die de inkomsten en uitgaven van de gemeente beïnvloeden, zoals rente en inflatie, de economische gang van zaken in het land en in de stad, de te verwachten productie in het sociale domein, ontwikkelingen in de Rijksbijdrage aan het Gemeentefonds en het aandeel van Haarlem in dit fonds. Maar daarnaast bevat de Kadernota ook de uitwerking van de beleidsintenties van het college van burgemeester en wethouders. Vooral de eerste Kadernota van een nieuw college is van belang, omdat dit de eerste concrete uitwerking is van het Collegeakkoord.

Coalitie heeft grote ambities, maar geen geld

De coalitie kiest in haar akkoord voor een forse groei van de stad, door te streven naar maar liefst 10.000 extra woningen. Dat zijn ca. 15% meer woningen en dus ook ca. 15% meer huishoudens en bewoners.
Groei van de stad met 10.000 huishoudens betekent groei van alle voorzieningen die mee moeten groeien, zoals scholen, sportvelden en de dienstverlening door de gemeente.
Bovendien kiest het college voor bovenmatig sociale groei, door 40% sociale woningbouw te eisen bij alle nieuwe projecten in de stad.
In financiële zin is sociale groei echter duurder voor de gemeente dan groei waarbij de lasten vooral worden opgebracht door de huishoudens die erbij komen. Om het eenvoudig te zeggen, rijkere huishoudens in eigen woningen leveren de gemeente geld op, armere huishoudens kosten de gemeente per saldo geld.
Tenslotte kiest het college voor een ‘duurzaamheidsagenda’ (in hun termen) met torenhoge ambities rond de energietransitie (‘Haarlem klimaatneutraal in 2030 en aardgasvrij in 2040’) en rond de afvalinzameling (‘Haarlem 100% circulair in 2040). Voor deze ambities is echter niet of nauwelijks geld gereserveerd binnen de begroting van de gemeente. Dit kan maar één ding betekenen, namelijk dat de kosten van deze transities voor het overgrote deel op het bord van de burger zullen belanden. Volgens de coalitie ‘gaan de woonlasten niet omhoog’, maar ondertussen worden inwoners van de stad opgezadeld met hoge investeringen in hun woning, en hogere lasten voor energie en afvalverwerking.
De coalitie trekt wél extra geld uit voor scholen, sportaccommodaties, renovatie van de stadsbibliotheek, verkeersmaatregelen voor fietsers, bouw van een sociale woonvoorziening DomusPlus, verbetering van museum Dolhuys en het begin van een warmtenet in Meerwijk. Deze plannen leiden tot een extra investeringsagenda van €83M in de jaren 2019-2022, naast de reguliere onderhoudsinvesteringen van ca. €40M per jaar die gewoon doorlopen. Omdat er geen dekking is voor deze extra investeringen in de reguliere inkomsten zal deze extra investering in deze jaren leiden tot een aanzienlijke verhoging van de schuld van Haarlem.

Schuldquote belangrijk voor beleidsvrijheid

Om de houdbaarheid van de schuld van een gemeente te bepalen wordt door de Rijksoverheid en de verzamelde gemeenten de zogenaamde ‘schuldquote’ gehanteerd. Dit is het bedrag van de schuld ten opzichte van de jaarlijkse inkomsten van de stad. In Haarlem is deze in 2017 uitgekomen op 96%: €509M schuld op inkomsten van €533M. Het gemiddelde in Nederland ligt op 60%.
In het onderstaande plaatje is de schuldquote van de gemeente Haarlem weergegeven over de afgelopen 10 jaar:

Bron: Jaarrekeningen gemeente Haarlem 2008-2017

Aan het begin van deze periode was de schuldquote van de gemeente met 93% in 2008 nog goed hanteerbaar. Met €91M aan relatief snel liquideerbare activa in de voorraad grondposities en in aan derden uitgeleende gelden kwam de effectieve schuldquote in dat jaar uit op 74%. Weinig aan de hand zo leek het.
Vanaf 2010 begint de financiële crisis en de grote recessie die daarop volgt echter hard toe te slaan in de gemeentefinanciën. De inkomsten van de gemeente lopen terug, terwijl de lasten in bijvoorbeeld het sociale domein stijgen. De schuldquote loopt dan hard op. Op het dieptepunt in 2013 komt de schuldquote uit op 139%, ruim boven de uiterste grens van 130%. Hierboven is de Provincie gedwongen in te grijpen.

Schuldsanering dankzij meevaller in sociaal domein

De vorige collegeperiode (2014-2018) stond dan ook in het teken van schuldsanering, een belangrijke reden waarom er in deze jaren niet al te veel gebeurde in de stad en op diverse terreinen ‘achterstallig onderhoud’ is ontstaan.
De schuldquote is daarmee gaan dalen, zodat de gemeente in 2017 weer op 96% uitkwam, vergelijkbaar met het begin van deze periode van 10 jaar.
Deze daling is in de afgelopen jaren in belangrijke mate geholpen door onderbesteding in het sociale domein. Het vorige kabinet, Rutte-II van VVD en PvdA, heeft een flink pakket aan taken in het sociale domein van Rijk en Provincie naar de gemeenten verschoven. Hier kregen de gemeenten extra geld voor. Omdat er nog geen ervaring was is de verdeling van deze gelden over de gemeenten redelijk ‘over de duim’ gegaan. Dit heeft voor Haarlem, met een relatief gezonde en zelfredzame bevolking, gunstig uitgepakt. Haarlem kreeg in deze jaren meer geld dan het nodig had. De niet bestede gelden zijn jaar op jaar gereserveerd in het sociale domein. De totale reserves zijn in deze jaren dan ook flink gestegen van €56M in 2013 naar €126M in 2017.
Daarnaast is het ‘tafelzilver’ deels ingezet voor schuldvermindering. Bedroegen voorraden bouwgrond en vorderingen op derden in 2008 samen nog €91M, in 2017 was daar nog maar €58M van over.

Reserves zijn geen geld

De schuld beweegt omgekeerd mee met de reserve. Als de reserve stijgt, daalt de schuld. Omgekeerd zal de schuld toenemen als de reserve daalt. Dit is een belangrijk principe in de gemeentefinanciën. Omdat gemeenten bankieren bij de Bank Nederlandse Gemeenten, houden gemeenten met een schuld vrijwel geen liquiditeit aan. Ze staan eigenlijk, in meerdere of mindere mate, permanent ‘rood’. Reserves en voorzieningen, die aangehouden worden om risico’s of toekomstige verplichtingen af te dekken, worden niet gedekt door geld op de bank. Het aanspreken van reserves en voorzieningen leidt daarom direct tot een evenredige toename van de schuld. De gemeente gaat meer ‘rood’ staan. Het toevoegen aan reserves (uit inkomsten die niet uitgegeven zijn) leidt omgekeerd tot een daling van de schuld.

Coalitie neemt onverantwoord risico

De Provincie bewaakt de schuldquotes van haar gemeenten. Hierbij wordt een bovengrens gehanteerd van 130%. Daarboven wordt een gemeente onder curatele gesteld en moet de gemeente een plan maken om de schuld geforceerd af te bouwen. Dit leidt vaak tot pijnlijke maatregelen en legt bovendien het beleid in de stad grotendeels lam. Deze situatie moet je als stadsbestuurder dus te allen tijde willen voorkomen!
Zo niet ons nieuwe college. Wethouder Snoek van het CDA, die van het goed rentmeesterschap, heeft zijn handtekening gezet onder een akkoord dat de schuldquote de komende jaren opstuwt naar 120%. Je moet het dak repareren als de zon schijnt, zo luidt een goed Nederlands gezegde. Dit college slaat echter nog wat extra gaten in het dak.
Het zal duidelijk zijn dat de marge op deze wijze zeer dun wordt. De kwetsbaarheid van de gemeentefinanciën voor tegenvallers, voor een cyclische teruggang in de economie, of voor een stijging van de rente wordt zo zeer groot.
Of de gemeentefinanciën daarmee op termijn houdbaar, dan wel duurzaam zijn, mag dus sterk betwijfeld worden.
Hart voor Haarlem begrijpt oprecht niet hoe dit kan gebeuren. Burgemeester, gemeentesecretaris, concern controller, en vrijwel de voltallige Gemeenteraad, zij staan erbij en laten toe dat de stad dit risico gaat lopen. Er wordt helaas weinig geleerd van het (recente) verleden.

Hart voor Haarlem maakt andere keuzes

Hart voor Haarlem zou andere keuzes gemaakt hebben. Wij zouden kiezen voor minder groei van de stad en voorzover er groei kan zijn voor rendabele groei van de stad, waarbij onze focus zou liggen op betere voorzieningen voor de bestaande bewoners en het inlopen van achterstallig onderhoud, in plaats van het faciliteren van overloop uit Amsterdam of de rest van Nederland.
Op het gebied van duurzaamheid zou Hart voor Haarlem eerst eens een concreet plan maken in plaats van maar wilde ambities te blijven uiten die op geen enkele wijze onderbouwd zijn, zoals de coalitie doet.
Voor de gemeentefinanciën zouden wij, zeker nu het nog goed gaat, eerder streven naar verdere verlaging van de schuld en de schuldquote, dan voor een sterke verhoging.
Op deze wijze kan de gemeente sparen voor de aanzienlijke investeringen in de energietransitie die onvermijdelijk op de gemeente zelf afkomen, en waarvoor de coalitie, ondanks haar grote woorden, nauwelijks oog heeft.

Aardgasvrij Rudolf Steiner levert geen CO2-winst op

Hoge investeringen leiden tot méér CO2-uitstoot

De gemeente Haarlem gaat €440.071 extra investeren in het Rudolf Steiner College, om een groot deel van deze school de komende 20 jaar aardgasvrij te kunnen verwarmen. Doel is hiermee een bijdrage te leveren aan een klimaatneutraal Haarlem, en aan de CO2-reductie doelstelling van Nederland. Aardgasvrij betekent immers minder CO2, zo is de populaire gedachte.
Hart voor Haarlem heeft echter berekend dat aardgasvrij in dit geval leidt tot CO2-emissies die 4% hoger zijn dan als de komende 20 jaar gewoon met aardgas gestookt zou worden. Dat aardgasvrij ook CO2-vrij is, is helaas een mythe, in naam waarvan grote hoeveelheden gemeenschaps- en particulier geld verspild dreigen te gaan worden.

Rudolf Steiner aardgasvrij

Het Rudolf Steiner College aan de Duitslandlaan en Belgiëlaan in Schalkwijk wordt binnenkort verbouwd en uitgebreid. Omdat de vorige Gemeenteraad op 21 december 2017 besloten heeft dat alle toekomstige nieuwbouw in Haarlem aardgasvrij dient te worden uitgevoerd, wordt deze nieuwbouw aardgasvrij. Op speciaal verzoek van de gemeente zal ook de bestaande bouw aan de Duitslandlaan, die gerenoveerd wordt, in de toekomst aardgasvrij verwarmd worden.
Hart voor Haarlem heeft onderzocht wat dit betekent. Dit is het eerste project waarbij de gemeente Haarlem geconfronteerd wordt met de financiële gevolgen van dit raadsbesluit. De gemeente financiert immers de nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen. Dit eerste project heeft een belangrijke voorbeeldfunctie. Daarom zijn we eens wat dieper gedoken in wat deze investering nu precies oplevert. De resultaten zijn niet bemoedigend.

Aardgasvrij is geen doel op zich –  het doel is (bijna) CO2-vrij

De eerste vraag is waarom we ook alweer aardgasvrij willen bouwen?
De primaire reden hiervoor is niet dat het gas bijna op is, en ook niet dat er in Groningen aardbevingen zijn, maar uitsluitend dat hiermee een (vermeende) bijdrage wordt geleverd aan de reductie van het broeikasgas CO2. Dit in de hoop dat we daarmee de klimaatverandering kunnen afremmen.
Met de bewezen voorraden gas in de wereld kunnen we immers nog vele decennia, en waarschijnlijk zelfs nog honderden jaren vooruit. De winbare voorraden gas nemen zelfs nog elk jaar toe door betere productiemethoden. Gas wordt algemeen gezien als de ‘schoonste’ fossiele brandstof, en onmisbaar in de transitie naar een volledig klimaatneutrale economie.
Nederland is als gasland met diverse pijpleidingen en LNG-terminals goed verbonden met omringende regio’s waar gas gewonnen wordt, en zal de komende decennia dus geen enkel probleem hebben om voldoende gas in te kopen, ook als de productie in Groningen versneld wordt afgebouwd.
Ooit zullen we wellicht van fossiele brandstoffen af gaan, omdat ze daadwerkelijk op raken en er betere en economisch aantrekkelijke alternatieven zijn, maar de huidige haast wordt uitsluitend ingegeven door klimaatzorgen en het Klimaatakkoord van Parijs, dat in 2015 is afgesloten. Verlagen van de CO2-uitstoot met minimaal 80% in 2050 (ten opzichte van referentiejaar 1990) staat hierbij centraal.
Het parlement staat op het punt een Klimaatwet aan te nemen waarmee deze doelstelling voor Nederland zelfs nog wordt aangescherpt tot 95%!
CO2-reductie wordt de komende jaren dus een onvermijdelijke opgave en het hoofddoel waarop maatregelen en projecten gericht moeten zijn.

Het klimaatvraagstuk is urgent, de oplossing kolossaal duur

Voor de duidelijkheid: Hart voor Haarlem onderschrijft de urgentie van het klimaatvraagstuk en ondersteunt de energietransitie. We zijn er alleen alert op dat de grote en deels publieke investeringen die hiermee gemoeid zijn ook daadwerkelijk het verwachte resultaat opleveren. 
De huidige sfeer rond dit thema dat ‘geld geen rol speelt’ zal snel omslaan, zo verwachten wij, als duidelijk wordt hoe hoog de kosten zijn, en de afwenteling van deze kosten op de burgers van dit land in hun rol als consument, huishouden en belastingbetaler op gang komt.
Bij het beoordelen van een investering, zoals nu in het Rudolf Steiner College, zijn onze kernvragen dan ook steeds hoeveel CO2 hier nu daadwerkelijk mee bespaard wordt, en of de (extra) investering in verhouding staat tot deze besparing?

CO2-uitstoot van aardgas

Aardgas is een koolwaterstof. Verbranding van 1 m³  aardgas brengt 1,780 kg CO2 in de atmosfeer [1]. Minder aardgas betekent minder CO2-uitstoot. Dat lijkt eenvoudig. Maar we verbranden dat gas natuurlijk niet voor niets. Gas wordt in huizen en gebouwen ingezet voor verwarming in de wintermaanden, voor warm water en voor koken. Als we dit niet meer met gas doen, zullen we deze functies met een andere energiedrager moeten vervullen. Voor het Rudolf Steiner is men uitgekomen op elektriciteit, ook wel de ‘all-electric’-oplossing genoemd.

CO2-uitstoot van elektriciteit

De CO2-uitstoot als gevolg van elektriciteitsproductie is wat ingewikkelder, omdat stroom op verschillende manieren geproduceerd wordt. In Nederland is dit voornamelijk met kolen, biomassa, gas, kernenergie, wind, en zon.
Om de CO2-uitstoot van een geproduceerde kWh te bepalen wordt er een onderscheid gemaakt tussen de gemiddelde CO2-uitstoot van alle in Nederland geproduceerde kWh’en, en de marginale CO2-uitstoot van een extra geproduceerde (of bespaarde) kWh [2].
Het onderscheid wordt veroorzaakt door hoe de elektriciteitsmarkt werkt. Om op een bepaald moment aan de vraag te kunnen voldoen, worden eerst de qua brandstof goedkoopste productie-installaties aangezet. Naarmate de vraag en de groothandelsprijs toenemen, worden de qua brandstof duurdere installaties bijgeschakeld.
In Nederland wordt dit per 15 minuten geregeld. Vraag en aanbod van elektriciteit moeten namelijk altijd in balans zijn. Dus kun je niet tijdens een periode met een lage vraag met goedkope installaties een voorraad produceren voor een periode met een hogere vraag, zoals met normale producten gebeurt [3].
De goedkoopste installaties zijn op dit moment windparken en zonnepanelen, waarvoor de brandstof immers gratis is. Deze staan dan ook altijd ‘aan’, en leveren wat wind en zon mogelijk maken. De kerncentrale in Borsele, moderne kolencentrales, oudere kolen- en gascentrales, WKK’s in de industrie en tuinbouw, en flexibele centrales, die snel op en af kunnen regelen, completeren het beschikbare productiepark in Nederland, en worden ongeveer in deze volgorde aangezet als de vraag toeneemt en de prijs op de beurs stijgt.
Als je een project uitvoert zoals in het Rudolf Steiner College, waar het vervangen van aardgas door elektrische verwarming een extra elektriciteitsvraag oplevert, zullen hiervoor centrales aan het (duurdere) einde van het productiespectrum harder gaan draaien. De rest draait immers al volop. Dit zijn, zeker in de winter, altijd met fossiele brandstoffen gestookte centrales. Vandaar de toepassing van de uitstoot die bij deze centrales hoort, om te beoordelen wat de CO2-impact van een dergelijk project is [4]. Dit zijn immers de centrales die de extra vraag zullen moeten leveren.
De uitstoot van deze centrales bedraagt 0,67 kg/kWh [5] en zal binnen afzienbare tijd niet gaan veranderen, hoeveel windparken en zonnepanelen we er in Nederland ook bij plaatsen [6].

Cijfers Rudolf Steiner: 4% méér CO2

Nu dan de cijfers voor het project van het Rudolf Steiner College. In onderstaande tabel zijn de belangrijkste cijfers samengevat (bron: gemeente Haarlem).

In deze tabel staan de verbruiken en emissies van zowel de nieuwbouw als het te renoveren schoolgebouw aan de Duitslandlaan.
Voor de Duitslandlaan wordt gekeken naar de bestaande situatie. Daarnaast zijn twee varianten opgenomen. De EPC-basis variant is de variant waarbij de gebouwen voldoen aan het huidige bouwbesluit en de aanvullende normering voor schoolgebouwen (volgens de eisen van ‘Frisse scholen B’). Hierbij wordt gas gebruikt voor verwarmingsdoeleinden. De EPC-aardgasvrij variant 1 is de door de gemeente gekozen variant waarbij de verwarming volledig met luchtwarmtepompen en elektrische naverwarming wordt uitgevoerd.
In de tabel zien we dat de renovatie van het gebouw aan de Duitslandlaan in de EPC-basis variant tot een sterke reductie van de gasvraag zou leiden (van 20.384 m³ naar 5.862 m³).
De stroomvraag verdubbelt in deze modelberekening echter bijna (van 32.656 kWh naar 62.320 kWh). Dit zal vooral veroorzaakt worden door de aanvullende eisen die aan schoolgebouwen gesteld worden ten aanzien van ventilatie en klimaatbeheersing. Per saldo blijft er daardoor een CO2-reductie over van 10% (5.975 kg per jaar).
Dit is een goed voorbeeld van hoe renovatie enerzijds energiebesparing oplevert, maar hoe deze anderzijds grotendeels wordt opgeofferd aan comfortverbetering. Dit zien we vaak in de gebouwde omgeving, waardoor de besparingseffecten in de praktijk nogal eens tegenvallen. De maximale besparing halen we nu eenmaal alleen als het na de verbouwing in de woning of het gebouw nog net zo ‘onaangenaam’ is als voor de verbouwing. Maar dat wil natuurlijk niemand. Het comfort verbetert, maar daarvoor leveren we besparingspotentieel in. De besparings- en CO2-doelen zijn daardoor moeilijker te bereiken.
Als de gebouwen vervolgens aardgasvrij worden gemaakt zien we dat er CO2-besparing optreedt door het wegvallen van gas, maar dat de CO2-emissie van de extra elektriciteitsvraag hoger is dan de besparing op gas. De aardgasvrije variant leidt dan ook tot 4% hogere CO2-emissies dan als met gas gestookt zou worden.

Investering is onrendabel en brengt CO2-doel niet dichterbij

De gekozen aardgasvrije variant voor het Rudolf Steiner (bestaand en nieuwbouw samen), met een sterk verbeterde isolatie, goede ventilatie en met elektrische luchtverwarming, leidt volgens opgave van de gemeente tot meerkosten in de investering van in totaal €591.363. Hiervan wordt naar verwachting in 20 jaar tijd (de technische afschrijftermijn van de installaties) €151.292 terugverdiend door lagere energiekosten ten opzichte van de EPC-basisvariant. De basisvariant heeft bouwkundig en in het gebruik van de schoolgebouwen een vergelijkbaar kwaliteitsniveau, maar behoudt gas als energiedrager voor de warmtevoorziening. Kortom, de investeringskeuze voor aardgasvrij kent financieel een onrendabele top van €440.071, het geld dat in 20 jaar niet wordt terugverdiend [7]. Dit is het bedrag dat de gemeente extra gaat investeren.
Nu mag CO2-reductie wat kosten, maar €440.071 extra investeren om in 20  jaar 147 ton CO2 méér uit te stoten kan toch moeilijk verstandig beleid genoemd worden [8].

Lucht-warmtepompen zonder gas back-up opstellen is risicovol in de winter

Er zijn ook technische en praktische redenen waarom alleen verwarmen met lucht-warmtepompen geen goed idee is [9]. De eerste is dat het rendement sterk afneemt als de buitentemperatuur onder de 5°C duikt. Er moet voor deze situatie heel veel extra capaciteit opgesteld worden, die je de rest van het jaar niet nodig hebt.
De apparaten staan op het dak. Als deze in de winter continu (ook ’s nachts) draaien is geluidsoverlast in de buurt zeer waarschijnlijk. Gebruikelijk is dan ook om deze piekvraag met een gasgestookte ketel op te vangen (de zogenaamde ‘hybride’ oplossing).
Een school gebruikt ook warm water, bijvoorbeeld in de douches van de gymzaal. Als dit met grote elektrische boilers moet is dit zeer inefficiënt, omdat deze vanwege het legionellarisico 24/7 aan moeten blijven staan. Ook hier brengt een gasketel uitkomst.
Tenslotte heeft een school in de scheikunde- en natuurkunde-lokalen gas nodig voor proefjes. Hiervoor kun je natuurlijk met butagasflessen gaan sjouwen, maar dat maakt het niet veiliger en is bovendien duur.

Gemeente verspilt hier gemeenschapsgeld

Hart voor Haarlem is dan ook van mening dat de gemeente Haarlem in dit project niet goed omgaat met publieke middelen, en in strijd handelt met zijn eigen doelstelling om een klimaatneutraal Haarlem te bereiken voor die gebouwen en processen in de stad waar de gemeente regie over voert. Bovendien zadelt zij de school op met hoge exploitatiekosten, en met nieuwe risico’s in het dagelijks gebruik.
Verstandig beleid, op dit moment in de energietransitie, is om bij nieuwbouw en renovatie, daar waar een gasnet beschikbaar is, de woning of het gebouw bouwkundig gereed te maken voor alternatieve verwarmingsmethoden (zeer goed isoleren, lage temperatuur verwarming, ed.), maar de verwarming zelf voorlopig nog gewoon met gas te doen, of tenmiste voor een hybride oplossing te kiezen.
Niet aardgasvrij, maar aardgasarm zou de norm moeten zijn in wijken waar een gasnet beschikbaar is.
In een volgende investeringsronde, over een jaar of 20, als de techniek verder, de kosten lager, en ook de marginale stroom hopelijk schoon is (bijvoorbeeld door afvang van CO2), kan een ‘all-electric’ oplossing of collectieve verwarming met (CO2-arme) wijk- of stadsverwarming dan relatief eenvoudig en kosten-efficiënt worden toegepast.
Dit was voor het Rudolf Steiner College op dit moment de duurzamere én financieel betere keuze geweest.
Hart voor Haarlem zal bij toekomstige projecten dan ook eisen dat naast financiële berekeningen ook nauwkeurige CO2-berekeningen gemaakt worden, zodat de Gemeenteraad een complete afweging kan maken.

NOTEN:
[1]
Bron: Emissiekengetallen elektriciteit, CE Delft, Januari 2015. Als de verliezen en emissies in de totale productieketen van aardgas meegenomen worden moet dit getal volgens CE Delft met 20% verhoogd worden tot 2,136 kg/m3. We gebruiken hier 1,78, omdat we voor elektriciteit ook niet met de totale ketenemissies rekenen.
[2] Als bronnen hebben wij publicaties gebruikt waarin veel van de in Nederland aanwezige kennis op dit gebied samenkomt. Dit is de “Berekening van de CO2-emissies, het primair fossiel energiegebruik en het rendement van elektriciteit in Nederland” van AgentschapNL (nu RVO-NL), CBS, ECN en het Planbureau voor de Leefomgeving, September 2012 voor het model, en de ‘Nationale Energieverkenning 2017’ van dezelfde partijen, waarin op pagina 231 de meest actuele cijfers te vinden zijn voor de marginale en integrale CO2-uitstoot per kWh.
[3] Althans op grote schaal. Batterijen bieden voorlopig geen soelaas voor dit probleem.
[4] Het omgekeerde geldt uiteraard ook. Als je een project doet waarmee je elektriciteit bespaart mag je voor het CO2-effect ook rekenen met de marginale uitstoot per kWh.
[5] Nationale Energieverkenning 2017, ECN et al.
[6] Zonnepanelen op het dak van het Rudolf Steiner plaatsen helpt in dit geval ook niet veel. Om de volledige CO2-uitstoot op jaarbasis te compenseren zijn 3.564 zonnepanelen nodig. Dit is ongeveer de oppervlakte van een voetbalveld. Daarnaast produceren zonnepanelen elektriciteit in de zomermaanden, op momenten dat er vrijwel geen warmtevraag is. Zonnestroom wordt dus vrijwel niet direct gebruikt voor de elektrische verwarming. In de winter blijft het marginale effect van gas of elektriciteit CO2-technisch dus hetzelfde, hoeveel zonnepanelen je ook op het dak schroeft. De investeringsbeslissing om zonnepanelen te installeren moet je dan eigenlijk ook volledig los zien van de beslissing om gas door elektriciteit te vervangen.
[7] Collegebesluit 2018073801 – Rudolf Steiner aardgasvrij.
[8] Dit resultaat is in lijn met andere onderzoeken. Warmtepompen (lucht of bodem) leiden in de praktijk niet of nauwelijks tot CO2-winst ten opzichte van aardgas, terwijl de meerkosten bij lange na niet terugverdiend worden.
[9] Deze argumenten zijn aangevoerd door de school zelf, en door de technische adviseur van de school waarmee Hart voor Haarlem gesproken heeft.

Kritisch op Coalitieakkoord

Hart voor Haarlem geeft hier haar visie op het Onderhandelaarsakkoord 2018 van het nieuwe College van Burgermeester en Wethouders van Haarlem. Dit coalitieakkoord is ambitieus en staat boordevol acties. Hart voor Haarlem twijfelt echter ernstig aan de haalbaarheid en betaalbaarheid van de vele doelstellingen. Kijk hier hoe Louise van Zetten het akkoord beoordeelt in de raadsvergadering van 7 juni 2018.

Op 7 juni 2018 is het nieuwe College in Haarlem geïnstalleerd. Het College bestaat uit dezelfde partijen als in de vorige periode: GroenLinks (2 wethouders), PvdA (1), D66 (1) en CDA (1). Het enige verschil is dat GroenLinks als grootste partij nu 2 wethouders levert, en D66 er één heeft ingeleverd.

College B&W Haarlem 2018-2022

Coalitieakkoord biedt voor-elk-wat-wils

De coalitie heeft een coalitieakkoord geschreven dat besproken is in de Gemeenteraad. Het is een akkoord op hoofdlijnen, dat bol staat van de ambities en acties. Gebrek aan dadendrang kan het nieuwe College dan ook niet verweten worden. Het is een ‘voor-elk-wat-wils’ akkoord, waarbij de coalitie een oprechte poging gedaan heeft een zo breed mogelijke steun in de Raad te verwerven.
Uit de eerste reacties in de Raad van 7 juni mag afgeleid worden dat dit grotendeels gelukt is. Er waren veel vragen over uitwerking, concretisering en financiering, zaken die in vervolgstappen ongetwijfeld aan bod zullen komen. Maar veel partijen konden zich vinden in een agenda die vooral gericht is op groei van de stad, op duurzaamheid en op sociaal beleid.
Hoe kun je hier ook tegen zijn? Maar ‘voor-elk-wat-wils’ betekent dat moeilijke keuzes uit de weg zijn gegaan, en dat wordt aangenomen dat de heersende economische voorspoed in Nederland eeuwig voort zal duren, en alle ambities betaalbaar zal maken.

Hart voor Haarlem deelt dit optimisme van de coalitie niet. Onze fundamentele kritiek is dat de coalitie kiest voor onrendabele groei en de lasten hiervan afschuift op de inwoners van Haarlem, nu en in de toekomst.

In Haarlem zijn kansen voor hoogwaardige groei

In de Woonvisie voor Haarlem, gepubliceerd in november 2016, is gesteld dat Haarlem in 2030 7.500 extra woningen zal tellen. De ‘noodzaak’ voor deze groei van ca. 10% wordt afgeleid uit demografische ontwikkelingen in Nederland.
Nu is het zeker zo dat de bevolking van Nederland nog steeds een beetje groeit, en dat het aantal huishoudens nog wat sneller groeit, doordat huishoudens kleiner worden door het toenemend aantal alleenstaanden dat een zelfstandige woning zoekt.
Maar een stad groeit alleen als er daadwerkelijk meer woningen komen. Haarlem is door zijn ligging, historie en voorzieningen een aantrekkelijke stad om in te wonen. Dit biedt zeker kansen voor groei, en met name ook kansen voor hoogwaardige en financieel rendabele groei. Maar of en hoe de stad groeit is uiteindelijk een doelbewuste en strategische keuze van de Gemeenteraad, geen externe factor die op de stad afkomt, en die de gemeente moet vervullen.

De coalitie kiest voor onrendabele sociale groei

De coalitie kiest echter niet voor hoogwaardige groei maar voor sociale groei. Met groei van het woningbestand kies je ook voor de onvermijdelijke investeringen in aanvullende voorzieningen die groei met zich meebrengt, zoals scholen, sportvoorzieningen, infrastructuur en sociale voorzieningen. Door te kiezen voor bovenmatig sociale groei, middels een eis van 40% sociale woningbouw en een streven om naast de 7.500 tot 2030 nog 2.500 (vooral) sociale woningen extra te bouwen, zal de druk op deze sociale voorzieningen onevenredig toenemen. Tegenover deze sociale groei staan geen netto inkomsten voor de gemeente. Vandaar dat Hart voor Haarlem spreekt van een keuze van de coalitie voor onrendabele groei van de stad. Omdat Haarlem al een ‘arme’ stad is, met een hoge schuldquote, neemt de coalitie hiermee een groot financieel risico.

Focus op ‘sociaal’ zet rem op woningbouw

Tenslotte zullen door de eis ‘40% sociale woningbouw’ (in plaats van 25% zoals in de Woonvisie verwoord is) projecten moeilijker van de grond komen. De leidende partijen in de Raad willen projectontwikkelaars zelfs project voor project uitdagen om maximaal sociaal te bouwen. De eerste ontwikkelaars hebben al aangekondigd hun projecten op te schorten of stil te leggen (zoals in het Spaarne Gasthuis gebied en het Deli terrein aan het Spaarne).
Hart voor Haarlem voorspelt dat er op deze manier van de bouwambities van de coalitie de komende 4 jaar weinig terecht zal komen. Als je wilt groeien en wilt investeren in voorzieningen, kies dan vooral voor duurdere gezinswoningen die aantrekkelijk zijn voor ontwikkelaars. Zo weet je zeker dat deze snel gebouwd worden, en er gebruikers voor de voorzieningen komen die een financiële bijdrage aan de stad gaan leveren. De sociale woningbouw kan hierop meeliften. Andersom gaat het echt niet werken.

Grote duurzame ambities, weinig concrete plannen

Het tweede (of misschien wel eerste) speerpunt in het coalitieakkoord ‘Duurzaam Doen’ is duurzaamheid . Hoewel de coalitie stelt dat alle beleidsterreinen doortrokken zullen zijn van duurzaamheid, is dit misschien wel het minst uitgewerkte beleidsvoornemen in het akkoord. Veel verder dan het herhalen van de eerdere mantra’s ‘Haarlem klimaatneutraal in 2030’, ‘Haarlem aardgasvrij in 2040’, en ‘Haarlem klimaatbestendig in 2050’ komt de coalitie niet. Ook het omarmen van de (17!) ‘Global Goals for Sustainable Development’ van de Verenigde Naties levert hippe teksten op, maar biedt weinig houvast voor de inwoners van Haarlem.
Toch hangen deze ambities als een donkere wolk boven de stad. En dit is geen wolk van CO2 en fijnstof, maar een wolk van onzekerheid over hoe deze doelen gerealiseerd moeten worden en wat het prijskaartje hiervan zal zijn. De coalitie belooft dat de woonlasten niet zullen stijgen, maar dat is een flagrante leugen als de coalitie tegelijkertijd stelt dat deze duurzaamheidsdoelen gerealiseerd moeten worden. De kosten hiervan zullen immers opgebracht moeten worden door de huiseigenaren, bedrijven en maatschappelijke organisaties in de stad. Dit zullen grotendeels onrendabele investeringen zijn die niet terugverdiend worden door lagere energiekosten. De aanzienlijke investering die de gemeente zelf gaat doen in de nieuwbouw en renovatie van het Rudolf Steiner College in Schalkwijk is hier een verontrustend voorbeeld van.

Milieufundamentalisme en haast zijn duur!

Hart voor Haarlem is vóór duurzaamheid, maar heeft met twee aspecten van het coalitieakkoord grote moeite.
Het eerste aspect is het fundamentalistische karakter van de doelstellingen. Het reduceren van milieu-impact verloopt altijd via de zogenaamde Pareto-regel. Dat wil zeggen dat je voor relatief weinig geld meestal een grote stap richting verbetering kunt zetten, maar dat het extreem veel geld kost om de impact volledig ongedaan te maken. Ergens ligt dan een optimum.
‘Aardgasvrij’ is een fundamentalistisch principe: We willen geen aardgas meer (100%). Dit zal echter een onbetaalbare en daarmee onhaalbare wens blijken te zijn. Hart voor Haarlem pleit dan ook voor ‘aardgasarm’: Ga op zoek naar het optimum en vraag je bij iedere investering in bouw- en energietechniek af of deze het ultieme doel van CO2-reductie tegen aanvaardbare kosten dichterbij brengt. Dan zal blijken dat in veel gevallen gas zo gek nog niet is.
Het tweede aspect is de haast die de coalitie aan de dag legt. Nog voordat de Haagse ‘Klimaattafels’ een beleid hebben geformuleerd voor de periode na 2023 kiest de coalitie in Haarlem al voor doelstellingen die 10 jaar vóórlopen op de Haagse doelstellingen, die zijn afgeleid van het Klimaatakkoord dat in 2015 in Parijs is afgesloten. Hart voor Haarlem vraagt zich oprecht af waar dit goed voor is, anders dan voor het ego van de betrokken (GroenLinks) politici. Ook deze irrationele haast dreigt Haarlem en haar bevolking het pad van de onrijpe plannen en onrendabele investeringen op te jagen. Ook hier is het Rudolf Steiner project een voorbeeld van. De coalitie bewijst de stad hier, ondanks haar goede bedoelingen, geen dienst mee.

Coalitie jaagt schuld Haarlem op naar gevaarlijk niveau

Het derde grote punt in het coalitieakkoord dat Hart voor Haarlem afwijst is de schaamteloze verhoging van de schuld van de gemeente. Deze schuld is en was te hoog en is om deze reden door de vorige coalitie, onder leiding van D66, met veel pijn en moeite teruggebracht naar 96% van de gemeentebegroting (ultimo 2016).
Onderstaande figuur geeft de relatieve schuldpositie van de gemeenten in Nederland weer (per eind 2016). 344 gemeenten hadden een schuld. 55 gemeenten hadden geen schuld. De gemiddelde schuld bedroeg 60% van de gemeentebegroting. De schuld van Haarlem zit in de rode zone van 90%-130% van de gemeentebegroting, en inmiddels gelukkig weer aan de onderzijde van deze bandbreedte.

Bron: VNG gemeenterekeningen 2016

De coalitie stelt echter voor de remmen volledig los te gooien en de schuld in een paar jaar tijd op te laten lopen naar 120% van de begroting. Dit is boven in de bandbreedte en daarmee dicht bij het donkerrode niveau waarop de gemeente door de Provincie verplicht zal worden de schuld geforceerd terug te brengen. Een beetje economische tegenwind zal leiden tot een voorspelbare daling van de Rijksbijdrage aan het gemeentefonds, en hogere kosten in het sociale domein. Dit kan de gemeente met een dergelijk hoog schuldniveau in grote problemen brengen.
Hart voor Haarlem vindt dit potverteren volgens klassiek sociaal-democratisch recept. Op korte termijn zullen de Haarlemmers hier misschien weinig van merken, maar de kans dat in volgende periodes weer keihard gesaneerd zal moeten worden en/of de woonlasten verhoogd zullen moeten worden voor schuldsanering is aanzienlijk. En bedenk hierbij dat de woonlasten in Haarlem al tot de hoogste in Nederland behoren! Hart voor Haarlem vindt dit een onverantwoorde hypotheek die doorgeschoven wordt naar de toekomst.

Andere opvallende punten in coalitieakkoord

Andere punten die Hart voor Haarlem opvallen en zorgen baren zijn:

  • Mobiliteit: De coalitie zet maximaal in op de fiets. De auto komt er bekaaid af. Aan de fileproblematiek wordt vrijwel niets gedaan. Baanbrekende openbaar vervoer oplossingen ontbreken.
  • Erfgoed: Aan beheer en onderhoud van de vele historische panden in Haarlem is de afgelopen jaren te weinig gedaan. De verantwoordelijke afdeling van de gemeente wordt door de coalitie uitgebreid, mede op verzoek van Hart voor Haarlem. We zullen de komende periode kritisch volgen of dit tot verbetering leidt.
  • Dienstverlening: De gemeente Haarlem heeft in de stad nu al niet de naam een vlotte en adequate dienstverlener voor ondernemers te zijn. Een recent onderzoek naar de dienstverlening door de gemeente Zandvoort (die sinds 1 januari door Haarlem wordt uitgevoerd!) laat zeer zorgelijke resultaten zien. De score van Zandvoort (Haarlem?) was 3,8 op een schaal van 10. Zandvoort scoorde hiermee veruit als slechtste van de 160 onderzochte gemeenten (Haarlem zelf is niet onderzocht). De gemeente Haarlem wijst hierbij op de recente overgang van Zandvoort en op ‘aanloopproblemen’, maar erg hoopvol is deze score natuurlijk niet. In het coalitieakkoord wordt over de kwaliteit van de gemeentelijke organisatie vrijwel niets opgemerkt. Los van de dienstverlening zullen ook de vele ambitieuze plannen van het nieuwe College een groot beroep doen op de uitvoeringscapaciteit in de gemeentelijke organisatie. Hart voor Haarlem heeft niet de indruk dat de gemeente op dit moment op deze taak berekend is en dat de coalitie dit op haar netvlies heeft.

Hart voor Haarlem zal de coalitie kritisch volgen!

Besturen gaat over visie en strategie, maar gaat misschien nog wel meer over uitvoering en het beheersen van (financiële) risico’s. De coalitie geeft er volgens Hart voor Haarlem geen blijk van deze samenhang te begrijpen. Het akkoord is idealistisch, maar getuigt van een zekere naïviteit. De coalitie geeft geld uit dat er niet is, voor bewoners die er misschien helemaal niet komen. De coalitie formuleert torenhoge ambities op het terrein van duurzaamheid, zonder eerlijk te zijn over de hoogte van de kosten, en over wie voor deze kosten gaan opdraaien. Tot slot heeft de coalitie geen oog voor de mate waarin de ambtelijke organisatie in staat is om al deze plannen uit te voeren.

Het worden 4 interessante jaren. Hart voor Haarlem zal constructief maar kritisch toezicht houden. Daar kun je in ieder geval op rekenen!

Analyse Gemeenteraadsverkiezing 2018

Volkskrant/Collignon

GroenLinks grote winnaar van de verkiezingen in Haarlem…

Nu het stof van de gemeenteraadsverkiezing van 21 maart is neergedaald, en alle definitieve resultaten binnen zijn, is het tijd om eens wat nauwkeuriger naar de uitslagen in Haarlem te kijken.
De hoofdlijnen zijn duidelijk. GroenLinks is de grote winnaar (van 5 naar 9 zetels), D66 de grote verliezer (van 9 naar 5 zetels). De andere landelijke partijen zijn gestabiliseerd (PvdA 6 zetels, VVD 5 zetels, CDA 4 zetels en CU 1 zetel). Uitzondering hierop is de SP die 2 zetels verloren heeft ten opzichte van de uitslag van 2014 (van 4 naar 2 zetels).
Omdat het ‘liberale’ blok VVD/D66 verloren heeft aan het ‘linkse’ blok GroenLinks/PvdA/SP zou je van een ruk(je) naar links kunnen spreken, al doet het verlies van de SP afbreuk aan deze conclusie. De vraag in hoeverre GroenLinks-stemmers voor links of vooral voor groen gestemd hebben, verzwakt deze conclusie verder. Veel D66-stemmers lijken nu immers voor GroenLinks gekozen te hebben. Het ‘liberale’ blok heeft zo 4 zetels verloren, maar het ‘linkse’ blok heeft per saldo slechts 2 zetels gewonnen. Waar zijn de andere 2 zetels dan gebleven? Je raadt het al: die zijn bij de lokale partijen Hart voor Haarlem en Jouw Haarlem terecht gekomen, met elk 1 zetel.

…maar Lokaal is ‘virtueel’ de grootste fractie

In 2014 deden er maar liefst 7 lokale partijen aan de verkiezingen mee. 3 daarvan haalden de kiesdrempel of bemachtigden een restzetel, en veroverden daarmee samen 5 zetels. Dat waren in 2014 de Ouderenpartij (2 zetels), Trots (1 zetel) en de Actiepartij (2 zetels).
In totaal stemden 12.567 mensen in 2014 ‘lokaal’. In 2018 is dit aantal gestegen naar 14.999, wat een stijging is met ruim 19%. Het aandeel lokale stemmen op het totaal aantal stemmen steeg daarmee van 19,6% in 2014 naar 22,2% in 2018.
In 2018 deden er 5 partijen mee die daarmee 7 zetels behaalden, een stijging van 40% in zetelaantal.
Concentratie helpt, zeker omdat de verdeling van de reststemmen, dat zijn alle stemmen die overblijven als de ‘volle zetels’ verdeeld zijn, grotere fracties bevoordeelt.
Dat is een beetje technisch, maar werkt als volgt. Eerst worden alle ‘volle zetels’ bepaald op basis van het aantal stemmen per partij, en op basis van de kiesdrempel. De kiesdrempel is het totaal aantal stemmen (dit jaar 67.687) gedeeld door het aantal zetels in de raad (39). Op deze manier konden 33 zetels direct worden toegewezen. De resterende 6 zetels worden verdeeld volgens een methode die er puur rekenkundig toe leidt, dat grotere fracties bevoordeeld worden. Zo haalt GroenLinks naast de 7 ‘volle’ zetels nog 2 van de 6 restzetels binnen, en komt daarmee op 9 zetels.
Zo kun je ook een berekening maken voor wat de uitkomst geweest zou zijn als de 5 lokale partijen 1 lijst hadden gevormd en zo aan de verkiezingen mee hadden gedaan. In dat geval hadden de lokale partijen met de 14.999 stemmen 8 volle zetels en 1 restzetel behaald, en waren zij met in totaal 9 zetels de grootste fractie in de Haarlemse gemeenteraad geweest! GroenLinks was dan blijven steken op 8 zetels, en de PvdA op 5.
In buurgemeente Heemstede, waar maar 1 lokale lijst meedeed, was dit ook precies de uitkomst.
De conclusie is dan ook dat de groei van lokaal stemmen in Haarlem duidelijk optreedt, en dat alleen onderlinge concurrentie tussen de huidige lokale partijen nu (nog?) verhindert dat het lokale blok de grootste fractie in de raad is.

Samenwerking lokale partijen ligt voor de hand

Als je voor de lokale partijen nog wat dieper in de resultaten per stembureau duikt, blijkt dat er voor elke partij wijken zijn aan te wijzen waar relatief sterk gescoord is. Zo gelden de wijken Zuiderhout en Bos en Vaart als wijken waar Hart voor Haarlem met stemmenpercentages van 11% en 8% relatief veel kiezers heeft. Maar daarna beweegt het percentage vrij snel naar waarden rond het gemiddelde van ca. 4% over de hele stad. Uiteindelijk is 65% van de 78 stembureaus nodig om 80% van de stemmen voor Hart voor Haarlem te behalen. Met andere woorden, de stemmen zijn toch niet heel sterk geconcentreerd in bepaalde delen van de stad. Dit geldt ook voor de andere lokale partijen: een paar duidelijk sterke wijken, uniek voor elke lokale partij, maar verder een brede spreiding in de stad.

Je hoeft geen genie te zijn om uit de manier waarop de (rest)zetels verdeeld worden, en uit de resultaten per stembureau, de conclusie te trekken dat een intensievere samenwerking tussen de lokale partijen strategisch slim is als we de werkelijke kracht van ‘lokaal’ in Haarlem tot uiting willen brengen.
Als lokale partijen hebben wij alle onze eigen historie, signatuur en persoonlijkheid. Dit vormt onze kracht, maar ook onze kwetsbaarheid. De komende jaren zullen uitwijzen of wij samen, hierop voortbouwend, een sterk en stabiel blok kunnen vormen waarmee we het lokale geluid in Haarlem in 2022 nog luider kunnen laten klinken. Hart voor Haarlem gaat ervoor!

Hart voor Haarlem kiest vóór de Sleepwet!

Foto: Business Insider UK

Tegelijk met de gemeenteraadsverkiezingen wordt een referendum gehouden over de nieuwe Wet op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten, ook wel de ‘Sleepwet’ genoemd. Hart voor Haarlem is vóór deze Sleepwet.

De reden hiervoor is simpel. Wij koesteren onze rechtsstaat in de reële wereld van alledag. In de virtuele wereld van het internet en alle diensten die daarop gebaseerd zijn, heerst in veel opzichten echter nog anarchie.
De slechterikken maken hier op grote schaal misbruik van, en proberen met steeds weer nieuwe technieken de argeloze internetgebruiker en de opsporingsdiensten te misleiden. De overheid moet daarom instrumenten krijgen om op en via internet de rechtsstaat te beschermen. De Sleepwet is hiervoor nodig.

Internetcriminaliteit neemt toe

De criminaliteit in de reële wereld neemt af, zoals we recent weer hebben kunnen lezen. Maar de criminaliteit in de virtuele wereld, waar we steeds meer tijd doorbrengen en steeds afhankelijker van worden, neemt enorm toe! Zie bijvoorbeeld het bericht van Nieuwsuur van juni 2016. Hier wordt voorspeld dat over een paar jaar de helft van alle criminaliteit plaatsvindt op, of mogelijk gemaakt wordt door internet!
Criminelen, maar ook bedrijven en organisaties uit de hele wereld, eigenen zich onze gegevens toe en proberen ons op allerlei manieren te belazeren en geld afhandig te maken, of ons leven in de virtuele wereld te ontregelen met nepnieuws of het platleggen van essentiële voorzieningen. Terroristen gebruiken deze media om zieltjes te winnen en ons in de reële wereld te bedreigen met aanslagen. Het minste dat we daartegen kunnen doen is onze veiligheidsdiensten de middelen te geven die ze nodig hebben om deze permanente ‘cyberwar’ voor haar burgers te voeren.

Vertrouw op de overheid én op democratische controle

Natuurlijk gaat een dergelijke wet ten koste van privacy. Maar Hart voor Haarlem is van mening dat onze privacy bij onze eigen overheid nog altijd in betere handen is dan bij alle hele en halve boeven op internet waarmee wij onze ziel in zalige onwetendheid delen. Het kan toch niet zo zijn dat we onze eigen overheid minder vertrouwen dan allerlei sociale media waarop we van alles delen?
De wet zal ook vast niet perfect zijn. Dat zijn wetten zelden. Deze wet is in 2017 door de 2e Kamer aangenomen. De vorige wet over dit onderwerp dateert uit 2002. 15 jaar is een lange tijd voor een domein dat zich zo snel ontwikkelt. Deze wet is dan ook slechts een kader. Zoals bij alle wetten zal in de uitvoeringspraktijk moeten blijken wat de wet waard is, wat er goed aan is en wat niet. De diensten en justitie zullen ermee leren omgaan. De effectiviteit van de opsporing (veel resultaten en weinig onterechte beschuldigingen) zal, als het goed is, geleidelijk toenemen. Te zijner tijd zullen er weer aanpassingen nodig zijn. Zo werken die dingen nu eenmaal. Maar laat nu het betere niet de vijand van het goede worden. Met de handen op de rug gebonden gaan we internet en de wereld zeker niet veiliger maken. De Wet biedt bovendien allerlei democratische en juridische waarborgen om misbruik van informatie door de overheid tegen te gaan.
Daarom stemt Hart voor Haarlem vóór deze Wet.

Hart voor Haarlem is voor het raadgevend referendum

PS –  Als de meerderheid van de burgers het met ons eens is, laat dit zien dat burgers ook verstandige beslissingen kunnen nemen. Wij begrijpen dan ook niets van het standpunt van de SP dat een stem tégen de wet een stem vóór het referendum is. Dit is nu precies waar het vaak misgaat met referenda: een referendum over zaak A tot inzet maken van een zaak B, iedereen in verwarring achterlatend. Met een stem vóór de wet laten we juist de waarde van een goed opgezet referendum zien. En we zetten tegelijk VVD, CDA, D66 én de SP in hun hemd. Beetje de weg kwijt, daar in Den Haag.
Stem daarom op 21 maart lokaal!

Programma Hart voor Haarlem

Hart voor Haarlem heeft duidelijke standpunten over waar het met Haarlem heen moet. Tegelijk zijn we kritisch op een aantal belangrijke voornemens van het huidige college. Onze standpunten op actuele onderwerpen zetten wij hier uiteen in ons programma voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018.
We beschrijven ons verkiezingsprogramma aan de hand van 10 Thema’s en een financiële paragraaf. Het volledige programma van Hart voor Haarlem kun je als pdf downloaden.

 

Thema 1: Versterk de lokale democratie met referenda

Uit recent onderzoek blijkt dat bewoners van Haarlem slechts beperkt op de hoogte zijn van wat er in de gemeenteraad gebeurt.
Slechts 26% voelt zich door de raad vertegenwoordigd. Hart voor Haarlem vindt dit te weinig en vindt dat de gemeente zich moet inspannen om de betrokkenheid van inwoners van de stad te verhogen. Verder maken we ons zorgen over de ‘stroperigheid’ van procedures bij het realiseren van nieuwe plannen, en willen we onderzoeken hoe we de samenwerking met wijkraden kunnen verbeteren.

1.1. Hart wil het referendum in Haarlem behouden
Lokale onderwerpen lenen zich vaak prima voor een raadpleging van de bevolking. Referenda versterken het debat en de betrokkenheid van de Haarlemmers bij belangrijke ontwikkelingen in de stad.
Hart wil dat de gemeente op belangrijke onderwerpen het debat in de stad of wijk organiseert en met moderne middelen de mening van de bewoners peilt. Deze raadpleging is zwaarwegend maar raadgevend. De gemeenteraad heeft het laatste woord.

1.2. Hart wil beroeps- en bezwaarschriften beperken tot direct belanghebbenden
Het komt geregeld voor dat plannen van bewoners of ondernemers, of van de gemeente zelf, ‘eindeloos’ worden opgehouden door beroeps- en bezwaarschriften van partijen die niet direct betrokken zijn bij het plan, maar die zich tegen het plan keren vanuit hun algemene maatschappelijke doelstelling als organisatie of persoon. Dit leidt tot onnodige vertraging, veroorzaakt extra kosten, en frustreert bewoners, ondernemers en organisaties die willen investeren in de stad. Hart vindt dat in beroeps- en bezwaarmogelijkheden de belangen van personen en organisaties die direct door dit plan geraakt worden het zwaarst moeten wegen.

1.3. Hart is voor experimenten in samenwerking wijkraden en gemeenteraad
De stad is georganiseerd in wijken, met vaak wijkgebonden plannen, prioriteiten en zorgen. De gemeenteraad is georganiseerd in politieke partijen met standpunten die de wijk, en bij landelijke partijen vaak zelfs de stad, overstijgen. Wijken kunnen het eens zijn over een zaak die de wijk direct aangaat, maar zien dat in de gemeenteraad verdeeldheid heerst over dit onderwerp (en omgekeerd). Hoe breng je deze werelden bij elkaar? Hart wil kijken hoe hier in andere steden mee wordt omgegaan en in Haarlem experimenteren met andere vormen van samenwerking en inspraak.

 

Thema 2: Betaalbaar wonen door gerichte maar beperkte nieuwbouw

Haarlem is een populaire woonstad en de bevolking van de stad groeit. Dit veroorzaakt steeds meer druk op de woningmarkt. Gerichte nieuwbouw en flexibeler regels zijn nodig om deze situatie te verlichten. Tegelijk vindt Hart ook dat er grenzen aan de groei zijn. Te grote verdichting gaat ten koste van de leefbaarheid voor iedereen. Onze programmapunten zijn:

2.1. Hart wil meer betaalbare en middeldure huur- en koopwoningen 
Het tekort aan betaalbare huurwoningen in de vrije sector heeft ervoor gezorgd dat mensen inmiddels bijna negen jaar lang moeten wachten op een sociale huurwoning. Op zich zijn er in Haarlem genoeg sociale huurwoningen. Die worden alleen deels bezet gehouden door Haarlemmers die daar inmiddels teveel voor verdienen. Hart is ervan overtuigd dat zij graag doorstromen naar een woning in de vrije sector, maar die zijn er onvoldoende. De doorstroming op de woningmarkt moet de komende periode topprioriteit zijn. Dat kan maar op één manier: er moeten meer middelhuur- en betaalbare koopwoningen gerealiseerd worden voor Haarlemmers, waarbij de huur of hypotheeklasten tussen de €715 en €1000 per maand liggen. Hart wil daarom dat er in gebiedsplannen harde afspraken worden gemaakt met projectontwikkelaars voor het bouwen en betaalbaar houden van huur- én koopwoningen.

2.2. Hart wil meer en rijker groen in en om de stad
Haarlem is naar verhouding een versteende stad. Dat wil zeggen dat een relatief groot deel van het gemeenteoppervlak bestaat uit bebouwing en infrastructuur. Hart is daarom tegen ongebreidelde nieuwbouw die een verdere aanslag betekent op het schaarse groen. Doelstellingen rond nieuwbouw zijn wat Hart betreft dan ook niet onbegrensd en kunnen alleen in regionaal verband ingevuld worden. Tegelijk wil Hart investeren in een kwalitatieve opwaardering van het beschikbare groen voor sport en recreatie.

2.3. Hart wil meer flexibiliteit en maatwerk in bestemmingsplannen
Hart wil af van de verplichte 30% sociale woningbouw per nieuwbouw project. Liever kijken wij per wijk of buurt hoe groot de behoefte aan sociale huur is. Uitgangpunt daarbij is dat we betaalbare woningen realiseren op betaalbare grond. Bouwen in de periferie van de Waarderpolder is daarbij voor Hart acceptabel. De tijd van de krampachtige regels rond gebiedsbestemming en rigide bestemmingsplannen is wat Hart betreft sowieso voorbij. Geen Heilige Huisjes meer!

2.4. Hart wil een eerlijke kans op een sociale huurwoning
Hart wil dat iedereen met een bescheiden inkomen een eerlijke kans krijgt op een sociale huurwoning. De Haarlemse wachtlijsten moeten worden opgeschoond en verkleind. Er staan namelijk veel mensen op die niet meer op zoek zijn naar een sociale huurwoning of er geen recht meer op hebben. Dit vertroebelt het maken van zinvol beleid. Over het opschonen van de lijsten willen we dat de gemeente met woningcorporaties afspraken maakt.

2.5. Hart wil 10% van de sociale huurwoningen verloten
Hart wil dat 10% van de sociale huurwoningen die binnen nieuwbouwprojecten gerealiseerd worden verloot wordt, zodat er ook een eerlijke kans op een woning is voor mensen die door onvoorziene persoonlijke of professionele omstandigheden ineens acuut woningzoekende in Haarlem zijn geworden. Dit systeem vervangt het voorrangsbeleid voor speciale groepen als statushouders.

2.6. Hart houdt huren betaalbaar
Het betaalbaar houden van woningen in de vrije huursector is een aandachtspunt. De gemeente moet, liefst samen met de andere grote steden en de Rijksoverheid, onderzoeken hoe betaalbare huurwoningen ook betaalbaar blijven. Hierbij denken we aan huurbescherming boven de ‘aftoppingsgrens’. Met mensen die geen recht meer hebben op een sociale huurwoning maar er nog wel in wonen, moeten bindende afspraken gemaakt kunnen worden over het doorstromen naar een reguliere woning – op voorwaarde dat deze woningen er zijn natuurlijk. Zo gaan we scheefwonen tegen en maken we meer ruimte voor starters.

2.7. Hart wil ouderen helpen om kleiner te gaan wonen
Veel ouderen wonen in een woning die te groot voor hen is geworden of te veel trappen heeft. Het huidige beleid om deze mensen te verleiden te verhuizen naar een kleinere woning of de kans te bieden naar de begane grond te verhuizen is niet effectief. Hart wil een praktische regeling waardoor het wel interessant wordt om de te grote woning te verruilen voor een woning die kleiner is maar beter past. Mogelijkheden zijn een verhoging van de verhuiskostenvergoeding en het niet automatisch naar maximaal niveau brengen van de huur in de nieuwe woning. Ook moeten de normen van wat ‘groot’ is zodanig worden bijgesteld dat men eerder in aanmerking komt voor de regeling. Ook deze maatregel zal de doorstroming bevorderen.

2.8. Hart wil dak- en thuislozen adequaat opvangen
Voor dak- en thuislozen moet goede opvang zijn, zeker in tijden van winterkoude. We willen de inloopvoorzieningen behouden. We willen voor daklozen de doorstroming naar zelfstandig wonen versnellen, bijvoorbeeld door woningen te creëren in leegstaande kantoren.

2.9. Hart wil kwalitatieve hoogbouw tot maximaal 4 woonlagen
Hart wil niet alleen kwantitatieve groei, maar ook kwalitatieve groei. Dat betekent dat wij behoud van toonaangevende architectuur belangrijk vinden. Wij willen het prachtige en historische karakter van de binnenstad en de omliggende gebieden behouden, maar zien buiten de Haarlemse ring ruimte voor meer hoogbouw. Deze hoogbouw moet passen bij het karakter van de directe omgeving. Hart wil vaker woningen bouwen tot een maximale hoogte van vier woonlagen.

2.10. Hart wil dat de stad beter onderhouden wordt
Onderhoud is niet populair en wordt vaak vergeten bij bouwprojecten, stadsontwikkeling en aanleg van groenvoorzieningen. Toch is het essentieel voor de kwaliteit van wijken en van de stad als geheel. Verloedering en langdurige leegstand is niet acceptabel. Het leidt tot afnemend woongenot en in ernstige gevallen tot toenemende onveiligheid. Hart wil in samenwerking met de wijkraden een onderhoudsplan voor de gemeente opstellen waarin het onderhoud van gebouwen en van de openbare ruimte in brede zin geïntensiveerd wordt. Hart wil dat de gemeente in gesprek gaat met eigenaren van gebouwen die ernstig achterstallig onderhoud vertonen, en deze eigenaren in het uiterste geval middels aanschrijvingen dwingen om maatregelen te nemen.

2.11. Hart wil lagere parkeernormen
Slim parkeren betekent ook slim omgaan met parkeernormen. Dit zijn regels die ervoor zorgen dat bij het bouwen van woningen, kantoren of andere gebouwen ook voldoende parkeerplekken worden aangelegd. Veel projecten worden financieel minder rendabel en komen moeilijker van de grond als er ook nog eens een dure parkeeroplossing moet worden aangelegd. Hart wil daarom dat er in Haarlem lagere parkeernormen worden gehanteerd op plekken die goed per openbaar vervoer bereikbaar zijn. Huurders en kopers van dergelijke panden maken dan geen aanspraak meer op een parkeervergunning.

2.12. Hart wil het karakter van Spaarndam behouden
Hart is tegen de bungalowparken die rond Spaarndam gepland zijn. Hart is voor een extra zorghotel zodat Spaardammers in hun eigen buurt kunnen revalideren. Hart wil dat de gelden uit het Schipholfonds in overleg met de Spaarndammers worden ingezet voor lokale doelen.

 

Thema 3: Hart staat pal voor de Nederlandse rechtstaat

Haarlem is van iedereen die hier woont. Hart streeft naar een harmonieuze gemeenschap waarin ruimte is voor verschillen, en de rijke tradities waaruit deze voortkomen, en die niet gesegmenteerd is in culturen die langs elkaar heen leven.  Alle bewoners moeten samen kunnen profiteren van wat de stad te bieden heeft. Maar Hart staat daarbij pal voor de fundamentele principes van onze rechtstaat. Daarom vinden we het volgende belangrijk:

3.1. Hart wil vrijheid van religie en religie met vrijheid
In Haarlem is er ruimte voor bewoners van elke geloofs- of levensovertuiging. Wij bevorderen ontmoetingen tussen verschillende groepen. In tijden van toenemende maatschappelijke spanningen is het belangrijk in gesprek te blijven en naar elkaar te luisteren. Wij trekken de grens zodra geloof de vrijheid van anderen bedreigt of beperkt. Voor discriminatie, homofobie, antisemitisme, moslim- of christenhaat is in onze stad geen plaats. Geloof geeft niemand het recht de vrijheid van denken, zijn of doen van de ander te beperken. Er is in Haarlem geen ruimte voor eerwraak, vrouwenbesnijdenis, kindhuwelijken, gedwongen huwelijken, haatzaaien of geweld tegen andersdenkenden, afvalligen of minderheden. Daar stopt de vrijheid van religie of cultuur en treedt de overheid op. Hart is fel gekant tegen ongewenste invloeden van buitenlandse mogendheden en organisaties en pleit daarom voor verplichte transparantie van gesubsidieerde religieuze, politieke of maatschappelijke instellingen over hun financieringsbronnen.

3.2. Hart wil radicalisering samen tegengaan
Radicalisering moeten we vroegtijdig herkennen en voorkomen. Zo voorkomen we dat mensen zich afkeren van onze samenleving en kiezen voor geweld. Dit geldt voor islamitisch extremisme dat nu veel in de actualiteit is, maar ook voor extreemrechtse, extreemlinkse of andersoortige radicalisering. Mensen moeten weten waar ze met hun zorgen naar toe kunnen. Hiervoor willen we de bekendheid van het meldpunt radicalisering vergroten. Het gaat daarnaast zeer nadrukkelijk ook om integratie, kansen op onderwijs en werk, en bewustwording. Cruciaal in de aanpak van radicalisering is de samenwerking tussen de gemeente met de nabije omgeving van mensen die dreigen te radicaliseren. Hierbij moeten alle relevante instellingen en organisaties betrokken worden.

 

Thema 4: Veiligheid voor alles

Een veilige leefomgeving staat voor iedereen bovenaan. Veiligheid heeft veel aspecten. Veiligheid kun je niet uitbesteden. We zijn allemaal in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor veilig gedrag voor onszelf en voor anderen. Dit geldt in onze verschillende rollen thuis, als  opvoeders, verkeersdeelnemers, wijkbewoners, en als werkgevers of werknemers. Het geldt als we uitgaan of als we sport beoefenen. Overal zijn risico’s die we moeten herkennen en waarmee we om moeten leren gaan. De gemeente moet op de volgende terreinen helpen:

4.1. Hart wil een stevige rol voor de burgemeester rond lokale veiligheid
Door de komst van de Nationale Politie is de rol van de burgemeester veranderd. Hart vindt dat de burgemeester zijn rol als hoofd van de politie op het gebied van openbare orde steviger moet kunnen pakken. Hart wil dat het driehoeksoverleg – het overleg waarin burgemeester, openbaar ministerie en politie spreken over veiligheidsonderwerpen – afspraken maakt over de lokale prioriteiten. De gemeenteraad moet inspraak krijgen in de te maken afspraken.

4.2. Hart zet in op preventie door zorg voor jonge mensen en hun omgeving
Preventie is en blijft de basis van veiligheid. Dit begint in het onderwijs, door het voorkomen van vroegtijdig schoolverlaters, en het volgen van jongeren die van het rechte pad af dreigen te raken. Belangrijk hiervoor zijn kansen op de arbeidsmarkt, voorkomen van schulden, en tegengaan van discriminatie. Effectieve preventie vraagt om goede samenwerking tussen gemeentelijke diensten, de politie, scholen, zorg- en welzijnsinstellingen, en private initiatieven. Een gemeente met schone straten, zonder kapot straatmeubilair en met werkende straatlantaarns kent minder criminaliteit en overlast. Hart wil dat de gemeente de openbare ruimte netjes houdt, bij overlast snel reageert en goede voorlichting geeft over hoe bewoners de veiligheid in de buurt zelf kunnen vergroten.

4.3. Hart wil politie middenin de samenleving
De politie heeft een veelomvattende taak en moet goed weten wat speelt in de Haarlemse wijken. De wijkagent heeft hierin een cruciale positie. Hart wil dat wijkagenten samen met de gemeente en welzijnswerkers in de wijken optrekken in het geven van voorlichting en het op een laagdrempelige wijze aanspreekbaar zijn in de buurt. Ook bij het tegengaan van huiselijk geweld is deze samenwerking belangrijk. Criminaliteit waar burgers relatief vaak het slachtoffer van worden – zoals auto- en woninginbraken, fiets- en winkeldiefstal, mishandeling, uitgaansgeweld of oplichting – kan alleen opgelost worden wanneer er voldoende recherchecapaciteit binnen de politie aanwezig is en deze effectief werkt. Dit moet beter. Naast politie zien we steeds meer gemeentelijke Bijzondere Opsporingsambtenaren (BOA’s). Zij houden toezicht in wijken en buurten, kunnen handhaven, maar zij zijn ook voor veel bewoners een laagdrempelig aanspreek- en informatiepunt. In de Haarlemse veiligheidsaanpak spelen de BOA’s een belangrijke rol, maar er moet wel altijd een heldere taakverdeling bestaan met de politie.

4.4. Hart wil geen onnodig cameratoezicht en preventief fouilleren
Een belangrijk onderdeel van veiligheid is je vrij voelen zonder het gevoel te hebben dat iemand over je schouder meekijkt. Het bewaken van de privacy van de inwoners van Haarlem is daarom van belang. Soms kan het echter nodig zijn om mensen individueel te controleren om zo de veiligheid van het collectief te vergroten. Hart pleit ervoor vrijheden niet doelloos op te offeren in ruil voor schijnveiligheid. Hart is evenwel voorstander van het selectief inzetten van cameratoezicht en preventief fouilleren. Deze maatregelen dienen altijd tijdelijk, doelgericht en proportioneel te zijn. De gemeenteraad moet altijd worden geraadpleegd voor inzet van deze instrumenten. Hart is voorstander van het gebruik van bodycams door de politie, BOA’s en andere zorgverleners op straat omdat we dit zien als instrument met een preventieve werking op agressie.

 

Thema 5: Excelleren in zorg en welzijn

De gemeente krijgt steeds meer zorgtaken en draagt daarmee een steeds grotere verantwoordelijkheid voor het welzijn dat van deze zorg afhankelijk is. Daarnaast draagt de gemeente ook een steeds groter financieel risico op dit terrein. Verder zien we versnippering in de uitvoering, veel regels en bureaucratische drukte, en onzekerheid door aanbestedingen onder zorgverleners, en door contracteisen van de verschillende zorgverzekeraars.

5.1. Hart wil een professionele regierol voor de gemeente
Hart wil het management van deze zorgtaken vanuit de gemeente verder professionaliseren, te beginnen met de ontwikkeling van een transparante rapportage waarin de reikwijdte van de zorg (aantal zorgbehoevenden en demografie hiervan), de kwaliteit van de zorg en de kosten van de zorg gevolgd kunnen worden. Hart wil de kwaliteit van de prestatie in dit belangrijke takenpakket kunnen vergelijken met normen en met andere gemeenten in Nederland. Hart wil dat Haarlem voor deze zorgverlening bij de beste 10% van de gemeenten in Nederland behoort. De nu bestaande overschotten in het sociale domein worden de komende jaren wat Hart betreft onder andere geïnvesteerd om de prestatie van de gemeente op dit terrein te verbeteren en nieuwe vormen voor preventie, welzijnswerk en zorg te ontwikkelen.

5.2. Hart wil de zorg dicht bij huis organiseren
Hart wil een goede aansluiting tussen huisarts, wijkteams, welzijn en mantelzorg. De wijkverpleegkundige wordt weer de spil in de buurt. De regeldruk en de bureaucratie nemen aantoonbaar af. Binnen de wijkteams wordt de samenwerking tussen welzijnswerk, zorg, schuldhulp en de sociale dienst versterkt. Per dossier wordt een regisseur aangesteld die voor de betrokken Haarlemmers het overzicht behoudt en de weg wijst. Bij het WMO-loket komt een ergotherapeut om met aanvragers te onderzoeken en beoordelen wat zij nog wel zouden kunnen doen.

5.3. Hart wil dagbesteding voor gehandicapte en chronisch zieke mensen
Voor gehandicapten, chronisch zieken en kwetsbare ouderen moet Haarlem dagbesteding blijven faciliteren. Iedereen moet kunnen meedoen aan de samenleving. Hart wil investeren in vormen van ‘beschut’ werk voor mensen met weinig aansluiting op de arbeidsmarkt.

5.4. Hart heeft oog voor eenzaamheid
Hart geeft prioriteit aan het bestrijden van eenzaamheid. Eenzaamheid is een van de grote stille problemen van deze tijd. Veel ouderen zijn eenzaam, maar ook alleenstaande mannen van 50+, mantelzorgers en LHBT-ouderen behoren tot de groepen waar relatief veel eenzaamheid voorkomt. Hart wil samen met buurtbewoners investeren in welzijn in buurten om eenzaamheid te voorkomen. Hart wil dat bestaande locaties zich meer inzetten om een ontmoetingsplek voor ouderen te zijn (bijvoorbeeld de bibliotheek, de kantine van het zorgcentrum, de sportclub, de jeu de boules baan, de dansclub, het buurthuis, etc.).

5.5. Hart is kritisch op marktwerking in de zorg
Hart is er niet van overtuigd dat ‘marktwerking’ de beste aanpak is als het om zorg gaat. Misschien wel om de kosten op korte termijn te drukken, maar als dit over de ruggen van de werknemers gaat (arbeidsvoorwaarden en werkdruk) gaat dit uiteindelijk ten koste van de kwaliteit van de zorg. Er is een goed alternatief voor uitbesteden en aanbesteden, en dat is bepaalde taken als gemeente weer zelf ter hand nemen, bijvoorbeeld in samenwerking met omringende gemeenten en met organisaties van zorgverleners. Zo zou een ‘zorgcoöperatie Kennemerland’ tot stand kunnen komen met voldoende schaalgrootte om de gemeentelijke taken stabiel, kwalitatief hoogwaardig en financieel efficiënt uit te kunnen voeren.

 

Thema 6: Actieve ondersteuning van vernieuwing in het onderwijs

Onderwijs in Haarlem is sterk in ontwikkeling. Het keurslijf van vaste onderwijstypes maakt steeds meer plaats voor individueel gerichte leerwegen. Kinderopvang, kleuter- en primair onderwijs zijn langzaam aan het integreren. Inzet van digitale leermiddelen vraagt om andere voorzieningen. Een internationale school is inmiddels gestart en groeit snel. Plannen voor universitair onderwijs worden ontwikkeld. Onderwijsorganisaties zijn zelfstandig, maar de gemeente is verantwoordelijk voor huisvesting en onderhoud, voor aanpassing aan nieuwe eisen, en voor verduurzaming van dit omvangrijke gebouwenbestand.

6.1. Hart wil dat scholen in het primair onderwijs hun taak verbreden
Het klassieke lagere school rooster stamt diep uit de vorige eeuw. Ondertussen werken mannen en vrouwen, en streven we naar gelijke ontplooiingsmogelijkheden. Taalontwikkeling van kinderen kan niet vroeg genoeg beginnen, bij voorkeur samen met hun ouders als hier achterstanden zijn. Scholen zouden dit veel beter moeten ondersteunen door gedurende 50 weken per jaar van 8u tot 18u onderwijs en opvang aan te bieden voor kinderen van 2-12 jaar. Hart wil dat Haarlemse scholen hiermee gaan experimenteren en wil dat de gemeente de infrastructuur hiervoor levert.

6.2. Hart wil excellent onderwijs in Haarlem
Haarlem heeft veel en diverse scholen, maar scholen hebben moeite de kwaliteit altijd op het hoogste niveau te houden. Hart wil dat scholen minder concurreren en meer samenwerken om deze kwaliteit in een snel veranderende samenleving te verhogen of hoog te houden. Een goede school is veilig, biedt een rijke leeromgeving, daagt uit en heeft uitstekende leraren. Hart wil extra aandacht voor de positie en faciliteiten van deze leraren, die nog altijd de spil van excellent onderwijs vormen.

6.3. Hart wil goede en duurzame schoolgebouwen
Scholen voeden onze toekomstige burgers op. Schoolgebouwen behoren tot de belangrijkste en meest intensief gebruikte gebouwen van de stad. Daarom is het van belang dat schoolgebouwen en de geboden faciliteiten functioneel adequaat zijn, goed onderhouden worden en schoon zijn. Schoolgebouwen moeten aan hun leerlingen het goede voorbeeld geven waar het gaat om een duurzame opzet, inrichting en bedrijfsvoering. Hart is er voor dat duurzaamheid een vaste plaats krijgt in het lesprogramma.

 

Thema 7: Sport en cultuur als bindmiddel voor de stad

Haarlem heeft een grote culturele traditie en schitterende podia voor actuele uitingen hiervan. Ook op sportgebied heeft Haarlem veel te bieden. Maar de cultuur- en sportwerelden veranderen. En niet iedereen doet in dezelfde mate mee. Hart ziet als prioriteiten:

7.1. Hart wil dat sport bereikbaar is voor alle Haarlemmers
Sport ontstresst, verbetert gezondheid en fitheid, en bevordert sociale cohesie. Zorg en veiligheidsbeleid zijn oplossingen voor problemen. Sport is naast cultuur één van de sterkste instrumenten om deze problemen te voorkomen. Geen sector heeft een sterker maatschappelijk middenveld dan de sportsector. Door individualisering van de sportbeoefening komt dit middenveld onder druk te staan, wat bijvoorbeeld zichtbaar wordt in krimp en vergrijzing van het ledenbestand van verenigingen. Sport innoveert ook. Er komen nieuwe sporten op, en nieuwe manieren om samen sport te beleven. Hart wil dat de gemeente een sportbeleid heeft dat sportbeoefening en -participatie van jong tot oud bevordert en het sociale weefsel dat sport biedt helpt in stand te houden en uit te breiden.

7.2. Hart wil groene ruimte om te bewegen
Steeds meer jongeren en volwassenen sporten buiten het traditionele verenigingsverband. Hart wil ervoor zorgen dat in elke wijk openbare sportvoorzieningen beschikbaar zijn en dat deze niet opgeofferd worden aan woningbouw of andere stedelijke ontwikkeling. Ook vinden we het belangrijk dat in de stad zoveel mogelijk plekken zijn die uitnodigen om te sporten of te bewegen. Bijvoorbeeld door hardlooproutes te markeren, beweegtoestellen te plaatsen of speelveldjes aan te leggen.

7.3. Hart wil een bruisende cultuursector in de stad
Haarlem heeft een eeuwenoude kunst- en cultuurtraditie. Deze traditie versterkt het gevoel van Haarlemse identiteit en brengt mensen samen. Het vormt bovendien een belangrijke aanleiding voor stadsbezoek van buiten Haarlem (zowel vanuit Nederland als vanuit het buitenland). Hart wil daarom een krachtig cultuurbeleid dat breed, innovatief en wervend is.

7.4. Hart draait de voorgenomen verkoop van de Egelantier terug
Het huidige college heeft de verkoop van de Egelantier als bezuiniging in het programma opgenomen. Om de Egelantier te verkopen zijn de zittende huurders uit het gebouw gezet. Hart vindt dit een kapitale blunder en eist herstel van dit verkeerde besluit. De verkoop van de Egelantier moet worden gestaakt om er een toonaangevende broedplaats van te maken van kunst- en cultuurinitiatieven voor Haarlemmers en de rest van Nederland.

 7.5. Hart wil investeren in lokale journalistiek
Een goed werkende democratie kan niet zonder controle van de macht. Lokale journalistiek is daarom belangrijk, maar staat onder druk door overheidsbezuinigingen, snel veranderende technologieën en grote spelers die de advertentiemarkt domineren. Hart willen investeren in meer financiële slagkracht voor de Haarlemse journalistiek, met name voor onderzoeksprojecten. Samenwerking tussen nieuwsorganisaties met verschillende nieuwskanalen moet daarbij bevorderd worden. Wij juichen het toe wanneer Haarlem de handen ineenslaat met de provincie en de buurgemeenten om samen meer impact te kunnen hebben in het ondersteunen van de regionale journalistiek. Ondersteunen betekent ook dat de gemeente informatievragen van journalisten snel en proactief beantwoordt. Uiteraard moet de onafhankelijkheid van de journalistiek hierbij nooit in het gedrang komen.

 

Thema 8: Betere doorstroming van het verkeer

Als forensenstad heeft Haarlem veel belang bij een goede verkeersinfrastructuur in en rond de stad. Hier zijn op het moment veel knelpunten. In de structuurvisie van de gemeente zijn goede plannen ontwikkeld om deze knelpunten op te lossen. Hart wil dat deze plannen voortvarend worden uitgevoerd. Hart wil dat de gemeente ophoudt met geld te investeren in cosmetische projecten die niet bijdragen aan de oplossing van knelpunten.

8.1. Hart ondersteunt het tunnelproject Randweg-Schipholweg
Haarlem is een forensengemeente, met een grote dagelijkse verkeersstroom vanaf de Randweg naar de Schipholweg en vice versa. De verbinding tussen beide vormt nu een belangrijk knelpunt in de doorstroming, wat tot overlast leidt voor zowel automobilisten als omwonenden. Hart ondersteunt daarom het projectidee om beide met een tunnel te verbinden en roept gemeente en provincie op dit grote project verder uit te werken en in de tijd te gaan inplannen.

8.2. Hart moedigt elektrisch rijden aan
Om het gebruik van elektrische auto’s te stimuleren, willen we snel meer laadpalen in de stad plaatsen. Ook wil Hart het experiment aangaan met differentiatie van parkeertarieven, op basis van milieuprestaties van auto’s. Daarnaast wil Hart dat Haarlem andere technieken de ruimte geeft. Waterstof is een goed voorbeeld. Wij vinden dat Haarlem als duurzame stad een waterstoftankstation mogelijk moet maken. Dat heeft een landelijk effect. Daarnaast willen wij een sloopregeling voor oude auto’s op fossiele brandstof introduceren, in combinatie met een aanschafregeling voor (de goedkoopste) elektrische voertuigen. Als alternatief kunnen we gebruikers van de sloopregeling ook een fiets of een OV-tegoed aanbieden, in samenwerking met vervoersbedrijven en fietshandelaren. In andere steden is dit een bewezen succes.

8.3. Hart is tegen verdere uitbreiding van Schiphol
Schiphol nadert zijn grenzen. Dit is nu al te merken in toenemend vliegverkeer boven Haarlem en Heemstede en de overlast die dit veroorzaakt. Hart erkent de economische betekenis van Schiphol voor Nederland, de regio en daarmee ook voor Haarlem, maar is tegen verdere kwantitatieve uitbreiding van Schiphol op de huidige locatie. Bovendien staat ongebreidelde groei van het luchtverkeer op gespannen voet met de duurzaamheidsambities van Rijk en gemeente. Hart wil een nationale studie naar een toekomstbestendige luchtvaart, waarin een visie ontwikkeld wordt op de economische betekenis, gerelateerd aan duurzaamheid, en aan ruimtelijke inbedding gekoppeld aan minimalisering van overlast en gezondheidsschade.

8.4. Hart is tegen de herinrichting van de Dreef
De Dreef is een historische en monumentale entree van de stad. Door een dwaling van het college dreigt hier een herinrichting die ernstig afbreuk doet aan beeld en functie van de Dreef. Hart wil het bestaande beeld handhaven.

8.5. Hart is tegen de aanleg van de Dolhuysbrug
Investeringen in de verkeersinfrastructuur dienen volgens Hart altijd gericht te zijn op het oplossen van knelpunten voor gebruikers en omwonenden. Hart is er niet van overtuigd dat het aanleggen van de Dolhuysbrug het bestaande knelpunt in de fietsroute tussen Centrum en Noord gaat oplossen, terwijl de situatie voor omwonenden verslechtert en wederom een historisch stadsbeeld aantast. Aanpassing van de bestaande Kennemerbrug is effectiever en goedkoper.

 

Thema 9: Een realistische route naar een duurzame toekomst

Om duurzaamheid kunnen we niet heen. Of het nu gaat om klimaat, grondstoffen, biodiversiteit, fijnstof of de vele andere milieuthema’s, we zullen een duurzame weg moeten vinden om onze omgeving op langere termijn leefbaar te houden. Ook duurzaamheid kun je niet uitbesteden. Uiteindelijk zullen alle inwoners en bedrijven daarin hun eigen rol moeten spelen en verantwoordelijkheid moeten nemen.  Maar tegelijk is dit ingewikkeld, duurt het lang en is het vaak kostbaar om grote veranderingen te bereiken. Daar moeten we reëel over zijn.

9.1. Hart wil dat Haarlem in een realistisch tempo een duurzame stad wordt
Hart is voor duurzaamheid, voor de opbouw van een circulaire economie en voor uitfasering van fossiele brandstoffen. Hart vindt dat de huidige plannen van het college op dit punt echter onvoldoende onderbouwd zijn en vindt het daarom onverantwoord dat Haarlem met 2040 een agressievere tijdlijn voor ogen heeft dan die van het Rijk (2050). Technologie om volledig van het gas af te kunnen, met warmte uit duurzame bronnen, is op dit moment nog niet eens bedacht of grootschalig uitgetest, laat staan economisch rendabel. Om maar te zwijgen over bouw- en infrastructuur-technische realisatie waarvoor op dit moment de capaciteit niet bestaat. Hart wil nauw betrokken zijn bij de ontwikkelingen op dit terrein en ondersteunt proefprojecten in samenwerking met andere partijen. Maar Hart wil realistische doelstellingen en concrete en uitvoerbare aanbevelingen voor woningeigenaren en bedrijven.

9.2. Hart wil dat Haarlemse nieuwbouw zelfvoorzienend wordt
Het uiteindelijke doel is in Haarlem zoveel mogelijk schoon en zelfvoorzienend te worden qua energieverbruik. Alle nieuwbouw wordt wat ons betreft energieneutraal of energiepositief. Haarlem moet zich daarom voorbereiden op de nieuwe bouwvoorschriften die op dit punt vanaf 1 januari 2020 zullen gaan gelden. Voor bestaande bouw denkt Hart voor Haarlem dat gas, uiteindelijk in de vorm van groen gas uit duurzame bron, overigens nog lang nuttig en nodig zal blijven. Voor Hart voor Haarlem is ‘aardgasvrij’ dan ook geen principieel punt. We zullen van het gas af gaan als de markt betaalbare alternatieven aanbiedt, en niet eerder. Zover is het voor de bestaande bouw echter nog niet.

9.3. Hart wil schone en concurrerende stadsverwarming
Hart wil dat de warmtevoorziening in Haarlem toekomstbestendig wordt en wil af van blok- of stadsverwarming waarbij de warmte afkomstig is van vervuilende bronnen. Daarom willen wij stadsverwarming waar mogelijk verduurzamen, door in te zetten op een mix van aardwarmte, zonnewarmte en restwarmte. Om dit voor elkaar te krijgen, moet de gemeente de handen ineenslaan met leveranciers. Hart wil dat bewoners en bedrijven die zelf kiezen voor en investeren in schone alternatieven geen aansluitplicht krijgen op stadsverwarming. Stadsverwarming zal zich ook economisch moeten bewijzen ten opzichte van alternatieven.

9.4. Hart wil dat de vervuiler betaalt
Door vervuilen duurder te maken zorgen we ervoor dat Haarlem voor iedereen leefbaar en aantrekkelijk blijft. Voor de gemeente willen we dit budgetneutraal doen en extra inkomsten inzetten om vergroening financieel aantrekkelijker te maken. Dit kan bijvoorbeeld door parkeertarieven voor emissievrije voertuigen te verlagen. Groei geeft kansen op vergroening. Met behulp van korting op de bouwleges kan er circulair en energiezuinig gebouwd worden. De gemeente moet zelf ook het goede voorbeeld geven door waar mogelijk altijd groene keuzes te maken. Hart wil dat de gemeente haar positie als grote klant gebruikt om haar leveranciers tot groener gedrag te bewegen.

9.5. Hart wil keuzevrijheid bij energiebesparende maatregelen en geen dwang!
Hart vindt dat bewoners en bedrijven zoveel mogelijk zelf keuzen moeten kunnen maken over investeringen, energiekosten en het functie- en comfortniveau dat dit oplevert. Hart wil dat gemeenten met het Rijk en de financiële sector samenwerken om tot een stimulerend en samenhangend instrumentarium te komen om bewoners en bedrijven bij deze vaak ingewikkelde keuzen te ondersteunen. Dit instrumentarium kan bestaan uit voorlichting, fiscale stimulering, subsidies, inzet van het energielabel, ed. De investeringen die nodig zijn om woningen of bedrijfspanden te verduurzamen kunnen zeer aanzienlijk zijn. Deze investeringen zouden zich moeten vertalen in een hogere waarde van het onroerend goed. Deze kapitaalswaarde zou voor een betere vergelijkbaarheid zichtbaar moeten worden in de waarde van woningen en bedrijfspanden. Omgekeerd zouden woningen en bedrijfspanden die energetisch nog niet ‘gesaneerd’ zijn als zodanig gemarkeerd moeten worden en een afslag op de waarde moeten hebben. Deze woningen hebben als het ware een verborgen gebrek dat een keer via een investering van een bepaalde omvang (soms klein, soms groot) opgeheven zal moeten worden. Energielabels vervullen deze functie nu slechts in zeer beperkte mate, vooral omdat er geen financiële waarde aan gekoppeld is. Op dit punt is nog veel verbetering mogelijk. Hart denkt hierbij bijvoorbeeld aan differentiatie in hypotheekverstrekking, in het tarief van de overdrachtsbelasting, of in WOZ-tarieven, om hiermee gerichte investeringen te stimuleren.

9.6. Hart wil dat de stad zich voorbereidt op klimaatverandering
Zelfs als Haarlem zijn klimaatdoelen haalt is het niet gezegd dat de rest van de wereld dit ook zal doen. De voortekenen op dit punt zijn helaas niet gunstig. We moeten er daarom serieus rekening mee houden dat de klimaatverandering doorzet, met alle gevolgen van dien. Hart wil dat Haarlem een gedegen risico-analyse maakt van de mogelijke gevolgen voor de stad. Deze risico-analyse moet zijn weerslag hebben op het lange termijn investeringsbeleid van de gemeente.

 

Thema 10: Ruim baan voor ondernemers

Haarlem is een forensenstad, maar de bedrijvigheid in de stad zelf neemt ook toe. Hart juicht dit toe en wil dit bevorderen.
Werkgelegenheid in de stad zelf heeft veel sociale voordelen, zeker voor de lagere inkomensgroepen. Haarlem biedt ook prima vestigingsmogelijkheden binnen de Metropool regio Amsterdam. Bovendien beperkt dit de verkeersstromen, wat weer goed is voor de duurzaamheid.

10.1. Hart wil een aanpak om leegstand in de binnenstad te voorkomen
Hart maakt zich zorgen over de binnenstad. De kaalslag onder de traditionele winkelbedrijven die aan de gang is vraagt om nieuwe concepten om ondernemers in de binnenstad te houden. Ook zullen de regels voor de bestemming van gebouwen en delen van de stad herzien moeten worden. De strikte functiescheiding die jaren lang gebruikelijk was werkt in toenemende mate contraproductief bij de herbestemming van panden, met als gevolg enerzijds langdurige leegstand, en anderzijds tekorten van bijvoorbeeld woningen. Hart wil dat de gemeente samenwerkt met ondernemers en projectontwikkelaars om vraag en aanbod beter en sneller bij elkaar te brengen.

10.2. Hart wil een brede discussie over de toepassing van de Omgevingswet
De Omgevingswet wordt tijdens de komende coalitieperiode realiteit. De Omgevingswet bevat veel mogelijkheden om lokaal maatwerk toe te passen, Hart wil deze benutten. Het is van groot belang om het lokale bedrijfsleven intensief te betrekken bij het formuleren van een omgevingsvisie, waar onder andere wonen, detailhandel, horeca en bedrijventerreinen deel van uit maken. Ook de infrastructuur die op termijn nodig is om de energietransitie mogelijk te maken maakt onderdeel uit van deze afwegingen. Denk bijvoorbeeld aan de inpassing van ‘duurzame  warmtestations’ als alternatief voor gasverwarming. Alleen dan kan worden gewaarborgd dat voldoende rekening wordt gehouden met economische aspecten. Deze omgevingsplannen vervangen de bestemmingsplannen en veel gemeentelijke verordeningen. Hoe eenvoudiger en globaler, hoe meer ruimte bedrijven krijgen voor lokale, duurzame initiatieven. Tegelijkertijd is het gewenst voldoende rechtszekerheid te blijven bieden aan gevestigde én nieuw te vestigen bedrijven. De uitdaging is hier een juiste balans in te vinden.

10.3. Hart wil maximale participatie op de arbeidsmarkt
In Haarlem doet iedereen mee en er is werk zat. Werken naar vermogen is dan ook ons devies. Ook voor hen die door persoonlijke problemen, een arbeidshandicap of mentale beperking niet direct bij een gewone werkgever aan de slag kunnen. Dit laatste geldt vaak helaas ook voor 50-plussers die nog steeds zeer moeizaam toegang tot de arbeidsmarkt krijgen als zij daar door uiteenlopende omstandigheden uit zijn geraakt. Hart vindt dit zot in een maatschappij waar we in principe tot ons 70ste moeten doorwerken. Hart wil met werkgevers in gesprek om voor deze groepen de toegang tot de arbeidsmarkt te verbeteren. Daarnaast wil Hart dat de gemeente ‘beschut werk’ creëert in zoveel mogelijk wijken in de stad. Hier kan de gemeente ook bijstandsgerechtigden een steentje laten bijdragen en zo hun kansen op regulier werk verbeteren.

10.4. Hart wil meer regionale samenwerking in de arbeidsmarktdienstverlening
Hart ondersteunt een dringende wens van ondernemers om de regionale samenwerking tussen gemeenten, onderwijsinstellingen, en intermediairs op het terrein van de arbeidsmarkt te verbeteren. Zorg voor eenduidigheid in de dienstverlening van de servicepunten voor werkgevers en biedt werkgevers één regionaal loket.

10.5. Hart wil toegang tot digitale én persoonlijke dienstverlening
Steeds meer dienstverlening en informatieverstrekking verloopt digitaal. Steeds vaker zelfs alleen nog maar digitaal. Tegelijk is een aanzienlijk deel van de bevolking laag geletterd of niet bedreven in de omgang met deze digitale wereld. Hart wil dat de gemeente hier oog voor heeft, zelf werk maakt van de digitale overheid, maar ook toegankelijk blijft voor persoonlijk contact. De gemeente moet er op toezien dat toegang tot snel internet in de hele stad mogelijk is.

10.6. Hart wil nadeelcompensatie voor ondernemers
Wanneer bouw- en wegwerkzaamheden langer duren dan gepland en gecommuniceerd dan wil Hart dat getroffen ondernemers hiervoor een schadevergoeding kunnen krijgen. De gemeente moet hiervoor samen met opdrachtgevers, aannemers en verzekeraars een compensatieregeling ontwikkelen. Dit geeft ondernemers duidelijkheid en vermindert eventuele zorgen en weerstand tegen projecten.

 

Thema €’s: Versterk de financiële positie van de stad

Elk programma heeft een financiële kant. Deze vinden we zeer belangrijk, want de politiek moet zorgvuldig met publieke middelen omgaan. De schuld van de gemeente Haarlem is ondanks forse bezuinigingen in de afgelopen vier jaar, met meer dan €450 miljoen nog altijd hoog. Veel te hoog wat Hart betreft. Door schuld af te bouwen betalen we minder rente en worden we minder kwetsbaar voor een eventuele stijging van deze rente. Dit geld kunnen we gebruiken, bijvoorbeeld voor de bouw van nieuwe basisscholen, voor meer groen of voor investeringen in het sociaal domein.
Daarom gelden voor Hart de volgende uitgangspunten voor het financieel beleid:

  • Afbouw van de grote Haarlemse schuld met minimaal 5 miljoen per jaar. Dit is voor Hart een prioriteit.
  • Geen nieuwe schulden meer aangaan voor lopende zaken. Dat betekent dat voor extra uitgaven extra inkomsten of financiële meevallers nodig zijn, of dat er andere keuzes gemaakt moeten worden.
  • Voor investeringen in de stad of in de infrastructuur, bijvoorbeeld voor het verbeteren van de verkeerssituatie of voor de energietransitie, moet er altijd een positieve maatschappelijke business case zijn. Tegenover kosten moeten aantoonbare baten staan.
  • De woonlasten, behoudens inflatie, ongemoeid te laten. Dat betekent bijvoorbeeld dat Hart niet de OZB verhoogt om nieuwe politieke ambities te financieren.
  • Geld dat overblijft, bijvoorbeeld in het sociaal domein, toevoegen aan de algemene middelen. Hart is tegen aparte potjes.